Algemeen: NOORD KAPER ( EUBALAENA GLACIALIS )
Leefomgeving: gematigde en subpolaire streken noordelijk halfrond
Op Noordkapers werd lang geleden al door Basken in de Golf van Biskaje gejaagd. Ze waren makkelijk te vangen en leverden veel olie. De Noordkaper is de meest bedreigde in zee levende walvisachtige. In de Noord-Atlantische oceaan zijn er nog maar rond de 300 en in de noordelijke Stille Zuidzee vermoedelijk nog maar een handjevol.
Korte beschrijving van het uiterlijk:De grote massieve Noordkaper is grotendeels zwart en heeft op zijn kop kenmerkende plekjes aangroeisels. Deze plekken worden bedekt door walvisluizen, waardoor ze geel, oranje of roze lijken. De grootste vlekken boven de ogen en rond de punt van de kaak, vormen unieke patronen waaraan men individuele dieren kan herkennen. Noordkapers kunnen bij niet met andere dieren verward worden. Ze hebben geen rugvin en ze zijn de enige grote walvissen op de gematigde breedten. De brede buikvinnen hebben een unieke spatelvormige omtrek. De staartvinnen zijn breed en hebben een gladde holle achterrand en scherpe punten en een diepe inkeping in het midden.
Ze rollen soms door het water of schieten door het oppervlak. Als vrouwtjes paringsrijp zijn, roepen zij om mannetjes, draaien zich op hun rug en als de mannetjes vanuit verschillende richtingen toenadering zoeken, maken ze het hun moeilijk. De mannetjes worstelen om bij het vrouwtje te blijven, wachten tot ze zich omdraait om adem te halen en proberen dan te coupuleren. Dit soort taferelen kunnen uren duren.
De huidige Noordkaper is het slachtoffer van zijn voedingsgewoonten. In sommige van zijn belangrijke jachtgebieden moet het scheepvaartverkeer vertragen om de trage Noordkapers te ontwijken.
Grootte: De mannetjes worden 14,9 - 16,4 meter, de vrouwtjes 15,5 tot 18,3 meter, een pasgeborene is ca. 4,9 meter.
|