AlgemeenANDALUSIËR ( Pura Raza Espanôla / P.R.E )
Land van herkomst: Spanje: Andalusië, provincies Cadiz, Sevilla, Medina, Sidonia.
Bijzonderheden:Een misvatting is dat het voort zou komen uit het Arabische ras. Spanje zou echter wel eens een van de gebieden kunnen zijn waar de IJstijd het paard niet heeft uitgeroeid. In Spanje staan paarden afgebeeld op rotsschilderingen die gemaakt zijn door de neolithische mens. De Sorraia-pony die de primitieve voorouder zou zijn van het Andalusische paard, bestaat nog steeds. In de loop
der eeuwen is het oorspronkelijke Iberische paard gekruist met paarden die de Vandalen meenamen uit het noorden (Vandalusiër). Vervolgens zijn deze paarden tijdens de Arabische overheersing gekruist met Berbers. Vanaf de 15e eeuw legden met name de karthuizer monniken zich toe op het fokken van Andalusiërs. Dit
aparte, lichtere type draagt de naam Andalusische karthuizer. Andalusiërs zijn dan ook te verdelen in twee typen. Het ene is het oorspronkelijke barokke type, dat zwaarder gebouwd is en een grovere beenstructuur heeft dan de meeste rijpaarden. Het andere type is lichter gebouwd.
RasbeschrijvingHoofd: lang en heeft vaak een ramsneus
Ogen: groot en sprekend
Oren: klein
Neus: ramsneus
Lichaam: gespierde schouders, de schoft is laag en rond evenals het kruis. De staart is laag ingeplant. Het beenwerk is sterk met korte koot en pijp.
Beweging: is verheven, de gangen zijn weinig ruim maar gelijkmatig, met een kenmerkende hoge knieactie.
Vacht: manen en staart zijn van zijdeachtig haar.
Kleur: karakteristieke kleur is schimmel.
Stokmaat: tussen 1,55 en 1,61 m
Gebruiksmogelijkheden: de Andalusiër is een licht rijpaard en een uitstekend dressuurpaard. Veredeld met Engels volbloed en Anglo-Arabisch volbloed is hij zeer geschikt als springpaard. Opmerkelijk is zijn grote populariteit als circuspaard.
Karakter:De Andalusiër is eerlijk, trots, intelligent en heeft een vurig
temperament. Het paard werkt graag en leert gemakkelijk.
|