Algemeen GRONINGER MEEUW
Land van herkomst: Nerderland en Duitsland
Korte geschiedenis van het ras:In de achttiende eeuw werden op de boerderijen in Groningen en in het oosten van Friesland veelal rasloze boerenhoenders gehouden. Deze hadden vaak een gepelde tekening en vertoonden overeenkomsten met de Friese hoenders. Aan het begin van de 20e eeuw werden door een Groningse fokker Friese hoenders ingezonden op een tentoonstelling, die opvielen omdat ze aanmerkelijk groter en zwaarder waren. Door selectie is hier de Groninger Meeuw uit ontstaan. Het ras raakte echter in vergetelheid. Pas in de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw besloten enkele fokkers om het ras opnieuw op te bouwen. Het ras werd mede opgebouwd met de Oost-Friese meeuw.
Rasbeschrijving:Kop: voorzien van witte oorlellen en donkerbruine c.q. bruinrode ogen.
Lichaam: zware en krachtige bouw, het lichaam is iets forser dan de Hollandse hoenders
Poten: normale lengte, beenkleur is leiblauw
Staart: groot en vol bevederd en wordt goed gespreid en middelhoog gedragen
Kamvorm: enkele kam, middelgroot, bij leggende hennen valt het achterste deel van de kam om
Kleur: goudpel en zilverpel
Eieren: wit en vrij fors
Karakter:Ze zijn vitaal, actief en wat afstandelijk ten opzichte van hun verzorger. De kippen zijn zowel voor een ruime ren als voor een vrije uitloop geschikt. Vliegen kunnen ze goed, dus bij het vaststellen van de ren, dient daar rekening mee gehouden te worden.
|