Algemeen:CHART POLSKI / Poolse Windhond
Land van herkomst: Polen
Korte geschiedenis van het ras
De Chart Polski, of Poolse Windhond, komt sinds het begin van de zestiende eeuw in Polen voor en dus al lang voor de Barsoi en de Engelse Greyhound naar Polen kwamen. Het ras vindt zijn oorsprong in Azie en is waarschijnlijk familie van de Saluki. Zijn populariteit was door de eeuwen heen erg wisselend. Zo nu en dan vormde hij het belangrijkste ras van Polen, maar er zijn ook momenten geweest - vooral gedurende de beide wereldoorlogen - dat hij bijna was uitgestorven. Oorspronkelijk werd hij gebruikt voor de jacht op hazen, vossen en wolven in een bar klimaat en op moeilijk begaanbaar terrein, maar tegenwoordig is hij vooral een goed gewaardeerde gezelschapshond. Zoals zovele andere rassen is de Chart Polski voor uitsterven behoed door het onzelfzuchtige en verdienstelijke werk van enthousiaste bewonderaars van het ras in het land van herkomst. De huidige rasbeschrijving werd pas in 1989 door de FCI vastgesteld.
Rasbeschrijving
De Chart Polski is een grote, sterke en gespierde hond, groter en krachtiger dan de andere kortharige windhonden, en licht rechthoekig.
Hoofd: lang, krachtig en droog. Vlakke schedel en zeer lichte stop. De neusrug moet en profil indien mogelijk boogvormig zijn (Romeinse neus).
Ogen: tamelijk groot, ovaal en donker.
Oren: middelgroot, tamelijk smal, aangezet ter hoogte van de ogen. Worden naar achteren gebogen of half rechtopstaand gedragen.
Gebit: schaar- of tanggebit.
Hals: lang, gespierd, mooi gewelfd, draagt het hoofd hoog.
Lichaam: erg diepe en ruime borstkas, maar tamelijk smal vanaf de voorkant gezien, uitgesproken borstbeen. Licht boogvormige ruglijn, de lendenen en het bekken zijn breed en gespierd.
Ledematen: rechte en evenwijdige benen, sterke botten, goed naar achteren gestelde schouders met een krachtige voorhand. Brede, goed bespierde dijen, goed gehoekte achterhand.
Voeten: ovaal, goed gesloten met sterke voetzolen.
Staart: lang en dik. De staartpunt wordt omhoog gedragen of vormt een volledige ring, hetgeen de voorkeur geniet.
Gangwerk: krachtig en verend met lange passen. In laag tempo loopt de hond graag in telgang.
Vacht: hard en dicht met onderhaar, relatief kort en met iets langer haar op de staart.
Kleur: alle kleuren zijn toegestaan.
Schofthoogte: reu 7-80 cm, teef 68-75 cm.
|