Algemeen
SOFTCOATED WHEATEN TERRIER
Land van herkomst: Ierland
Korte geschiedenis van het ras
Men vermoedt dat de Softcoated Wheaten Terrier afstamt van de oude Engelse Black and Tan Terrier, maar zijn oorsprong is een beetje onduidelijk. Het ras werd als erfhond gebruikt in Ierland, waar hij dienst deed als waakhond, bestrijder van schadelijke dieren, veedrijver, kortom alles waar een erfhond voor wordt gebruikt. Hij werd pas in 1943 als officieel ras erkend. Kenmerkend voor het ras is de donzige vacht, die bij geen andere hond in de terriergroep voorkomt. De vacht mag niet geschoren of geknipt worden. Het temperament van deze hond is aanzienlijk milder dan gewoon is voor een terrier.
Rasbeschrijving
Het ras is krachtig, compact, goed gebouwd en beweeglijk.
Hoofd: lang, met een vlakke schedel, uitgesproken stop, de voorsnuit is iets langer dan de schedel, zwarte neusspiegel, het hoofd is krachtig zonder grof te zijn.
Ogen: donker of donker hazelnootkleurig, middelmatig groot.
Oren: klein tot middelmatig groot, naar voren gericht op gelijke hoogte met de schedel gedragen Een donkerder tint op de oren is toegestaan.
Gebit: schaargebit.
Hals: middelmatig lang, krachtig, droog.
Lichaam: compact, relatief korte, sterke lendenen. Diepe borstkas met goed gewelfde ribben.
Ledematen: goed naar achteren geplaatse schouders. Krachtige botten, goed bespierd, recht en evenwijdig. Goed gehoekt in knie- en spronggewricht, lage sprongen.
Voeten: klein, goed gesloten, liefst zwarte nagels.
Vacht: zacht en zijdeachtig, De vacht verandert naarmate de hond ouder wordt.
Kleur: alle tinten van een lichte tot goudgele tarwekleur. Bij pups komen donkere aftekeningen voor, die later verdwijnen. Zwart is niet toegestaan bij de volwassen hond.
Staart: vrolijk gedragen.
Gangwerk: vrij en licht met veel stuwkracht, evenwijdig.
Schofthoogte: reu 46-48 cm, teef iets kleiner.
|