Algemeen
SPINONE ITALIANO
Land van herkomst: Italie
Korte geschiedenis van het ras
De geschiedenis van dit ras is in duisternis gehuld. Er wordt gezegd dat de Spinone onder andere door Seneca werd genoemd, maar het is zeer aannemelijk dat het ras pas veel later is ontstaan. Uiterlijk heeft de Spinone een aantal overeenkomsten met de draadharige Duitse Staande Hond, gedeeltelijk hebben ze ook dezelfde achtergrond. In de geschiedenis van het ras komen, net als bij veel andere Europese jachthonden, Franse Griffons voor. De Spinone is een goede, allround jachthond. Door de krachtige constructie loopt hij ietwat zwaar, maar zijn uithoudingsvermogen en robuuste vorm bieden veel voordelen. Voor het ras komt ook buiten Italie steeds meer belangstelling.
Rasbeschrijving
Hoofd: vrij groot, afstand van de neuspunt tot de stop is even lang als die van de stop tot de achterhoofdsknobbel. Niet te brede schedel. De neusrug moet recht zijn of iets gebogen. De neusspiegel moet bruin zijn bij bruingevlekte honden, iets lichter bij wit/oranje en witte honden. De schedel moet een uitgesproken achterhoofdsknobbel hebben, de stop moet licht uitgesproken zijn.
Ogen: groot, rond, met droge oogranden. De kleur moet geel zijn bij witte en wit/oranjekleurige honden, donkerder bij de bruingevlekte.
Oren: driehoekig en vrij klein. Laag aangezet, moeten dicht tegen de wangen liggen, dun zijn en bedekt met kort, dicht haar.
Gebit: schaargebit of tanggebit.
Hals: sterk, gespierd. Moet ongeveer twee-derde van de totale lengte van het hoofd bedragen. Iets halshuid is toegestaan.
Lichaam: licht rechthoekig, brede borst en goed ontwikkelde voorborst. Ruime borstkas met lange achterste ribben, diep. Licht hellende rug en licht gewelfde lendenpartij, nauwelijks opgetrokken buiklijn. Brede en gespierde croupe, iets hellend.
Ledematen: schouders liggen goed naar achteren, goed gehoekte opperarm, rechte en evenwijdige voorbenen met sterke botten. Goed gehoekte, gespierde achterbenen, lage sprongen.
Voeten: gedrongen, rond en goed behaard.
Staart: ter hoogte van de bovenbelijning van de croupe aangezet, wordt horizontaal gedragen.
Vacht: ruw, dicht, iets kroezend, 4-6 cm lang, maar iets korter op de oren en het hoofd, en nog korter op de voorzijde van de voor- en achterbenen. De beharing in het gezicht moet de hond een bars uiterlijk met een gemoedelijke uitdrukking geven.
Kleur: wit, wit met oranjekleurige aftekeningen, wit met oranje gespikkelde aftekeningen, wit met bruine aftekeningen en wit met bruin gespikkelde aftekeningen.
Schofthoogte: reu 60-70 cm, teef 58-65 cm.
|