Algemeen
POEDELPOINTER
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
De Poedelpointer is, zoals de naam al aangeeft, een kruising tussen de Franse Poedel en de Engelse Pointer. Het ras is aan het eind van de negentiende eeuw gecreeerd door de vooraanstaande kynoloog baron von Sedlitz. Zijn doel was het creeren van een goede, Duitse, draadharige vogelhond. De Poedelpointer is buiten Centraal-Europa erg zeldzaam. Hij is levendig en erg geschikt als vogelhond, vooral in het water.
Rasbeschrijving
De Poedelpointer is een tamelijk zware, licht rechthoekige hond van middelmatige grootte.
Hoofd: matig lang, breed, sterk behaard en met baard en wenkbrauwen. Uitgesproken stop, bijna loodrecht. Krachtige voorsnuit met de wipneus van de Pointer, de zgn. dishface.
Ogen: groot, rond, geel tot geelbruin. Roofvogelachtige uitdrukking.
Oren: middelgroot, dicht tegen het hoofd hangend, goed behaard.
Hals: matig lang, droog, gespierd, gewelfde nek
Lichaam: korte en rechte rug, brede heupen, gespierde lendenen. Brede en diepe borstkas met goed gewelfde ribben. Uitgesproken stop. Licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: brede, lange en goed naar achteren gestelde schouders. Lange opper- en onderarmen, sterke botten, rechte en droge voorbenen. Goed gehoekte achterhand met droge, lange spieren. Laaggeplaatste sprongen. Evenwijdige voor- en achterbenen.
Voeten: rond, met gesloten tenen, sterke voetzolen. Kort haar tussen de tenen.
Staart: licht, draadachtig behaard zonder bevedering. Wordt ter hoogte van de ruglijn gedragen.
Vacht: matig lang, erg hard, dicht en stug. Op het onderste gedeelte van de benen moet de vacht kort zijn.
Kleur: bruin of geelbruin.
Schofthoogte: 60-65 cm.
|