Algemeen
DUITSE STAANDE HOND, LANGHAAR
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
De Langharige Duitse Staande hond verschilt aanzienlijk van de andere twee Duitse Staande Honden. Het ras stamt af van Wachtelhonden, Franse spanielrassen, Ierse Setters en Gordon SEtters, die in Duitsland als vogelhonden populair waren. Het is belangrijk te weten dat de Langharige Duitse Staande Hond niet dezelfde achtergrond heeft als de andere twee Duitse Staande Honden en een opzichzelfstaand ras is. Er zijn er niet veel van. Het is (nog steeds) veel meer een gebruiks- dan een tentoonstellingshond; in Nederland en Duitsland er populair bij jagers.
Rasbeschrijving
Een robuuste en gespierde hond, met een rechthoekig lichaam.
Hoofd: langgerekt, dezelfde afstand tussen de neuspunt en de stop als tussen de stop en de achterhoofdsknobbel. Licht gewelfd schedeldak, iets uitgesproken stop. Iets geronde neusrug. Meer of minder bruine neusspiegel.
Ogen: donkerbruin, met droge randen.
Oren: gematigd laag aangezet, licht naar voren gebogen.
Hals: sterk en edel, gematigd lang en licht gewelfd.
Lichaam: krachtig. Rechte, niet te lange rug, krachtige lendenpartij, lange croupe, licht hellend. Uitgesproken voorborst, brede en diepe borstkas.
Ledematen: goed gehoekt, zowel voor als achter, recht en evenwijdig, sterke botten.
Voeten: stevig en krachtig.
Staart: wordt horizontaal of iets omhoog gebogen gedragen.
Gangwerk: wijd uitgrijpend.
Vacht: 3-5 cm lang op de rug en de zijkanten, met bevedering. Goede ondervacht. Gegolfde franje op de oren. Goed behaarde staart met goede bevedering. Het haar op het hoofd is korter.
Kleur: bruin met of zonder wit, bruinschimmel en wit met bruin hoofd en bruine aftekeningen.
Schofthoogte: reu 63-66 cm, teef 60-63 cm.
|