Algemeen
KORTHALS GRIFFON (Griffon d'arrêt à poil dur)
Land van herkomst: Frankrijk
Korte geschiedenis van het ras
De Nederlander Edward K. Korthals schiep dit staande en apporterende vogelhonderas door een tamelijk onbekende combinatie van verschillende Centraaleuropese vogelhonderassen. Het ras werd ontwikkeld in de tweede helft van de negentiende eeuw. Edward Korthals verhuisde naar Frankrijk om daar zijn werk voort te zetten en daarom wordt het ras als Frans beschouwd. De hond is nauwkeurig in zijn werk en een uitstekende apporteur, zowel op het land als in het water. Het ras is schaars op het continent en komt sinds lange tijd in de Verenigde Staten voor.
Rasbeschrijving
De Korthals Griffon is een robuuste en tamelijk grofgebouwde hond met een weelderig, ruige vacht en zeer goede beweeglijkheid.
Hoofd: groot, lang, rijkelijk behaard en met een krachtige snor en borstelige wenkbrauwen, de schedel is van middelmatige breedte, de voorsnuit is lang en vierkant, iets bol gebogen, bruine neusspiegel.
Ogen: groot en iets verborgen door de rijkelijk behaarde wenkbrauwen, geel of bruin, met een verstandige uitdrukking.
Oren: middelgroot, tamelijk hoog aangezet, rijk behaard tegen de wang rustend.
Hals: middelmatig lang en droog.
Lichaam: diepe maar niet zo brede borstkas, rechte en sterke rug, brede en sterke lendenpartij en croupe, licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goede hoeking van voor- en achterbenen met krachtige botten, recht en evenwijdig, rijkelijk behaard en goed van spieren voorzien.
Voeten: rond, sterk, met veerkrachtige en sterke voetzolen.
Staart: wordt horizontaal en met de punt iets naar boven gebogen gedragen, rijkelijk behaard.
Vacht: hard en grof, met een dichte ondervacht.
Kleur: een staalgrijze ondergrond met kastanjebruine aftekening is gewenst.
Schofthoogte: reu 55-60 cm, teef 50-55 cm.
|