Algemeen
GROTE MUNSTERLANDER
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
Het ras stamt af van de middeleeuwse, langharige vogelhonden, die zijn gekruist met Franse spanielrassen en de langharige Duitse Staande Hond. Hij wordt al honderden jaren gebruikt als jacht- en hofhond, met name in het noorden en noordwesten van Duitsland. Het ras werd pas in 1919 erkend en is daarmee een van onze jongste vogelhonderassen. Het ras komt sporadisch buiten Duitsland voor, waar het een staande en apporterende vogelhond is.
Rasbeschrijving
De Grote Munsterlander is een grote, gespierde hond, elegant en edel. Hij leert makkelijk en is levendig.
Hoofd: edel, langgerekt, met zwart uitgesproken stop. Lange, krachtige voorsnuit met zwarte neusspiegel, droge lippen.
Ogen: zo donker mogelijk, levendige uitdrukking.
Oren: breed, vrij hoog aangezet, met afgeronde punten. De oren moeten dicht langs het hoofd hangen.
Gebit: schaargebit.
Hals: sterk, gespierd, edel gebogen.
Lichaam: lang en gespierd. Uitgesproken schoft, brede, diepe borstkas met uitgesproken voorborst. Sterke, vlakke en korte rug. Gewelfde, goed bespierde lendenpartij. Lange en brede croupe, licht hellend. Iets opgetrokken buiklijn.
Ledematen: schouders liggen goed naar achteren, goed gehoekte opperarm, rechte voorbenen, sterke botten en veerkrachtige voormiddenvoeten. Goed gehoekte, evenwijdige en goed bespierde achterenen.
Voeten: afgerond, goed gesloten en gewelfd.
Staart: hoog aangezet, horizontaal gestrekt of iets omhoog gebogen, voorzien van een weelderig vlag.
Gangwerk: in stap soepel en wijd uitgrijpend. Krachtige galop, met veerkrachtige, krachtige passen en goede stuwkracht.
Vacht: dicht, langen glad. Rijkelijke bevedering van de achterkant van de benen en de onderkant van de staart. De oren goed behaard, met franje. Korte, aanliggende haren op het gezicht.
Kleur: wit met zwarte vlekken en vlekjes of zwartschimmel. Zwart hoofd, eventueel witgestroomd of met bles.
Schofthoogte: reu 60-65 cm, teef 58-63 cm.
|