Algemeen
EPAGNEUL FRANCAIS
Land van herkomst: Frankrijk
Korte geschiedenis van het ras
Het ras is in het land van herkomst erg oud en wordt daar gebruikt als staande vogelhond en apporteur. Tijdens de zeventiende en achttiende eeuw was hij erg populair, maar na verloop van tijd kreeg hij concurrentie van de Engelse staande vogelhonderassen. Hij wordt in zijn vaderland echter nog steeds gebruikt. Buiten de Franse grenzen komt hij nog niet veel voor.
Rasbeschrijving
Hoofd: vrij langgerekt, krachtig maar niet grof, afgerond en enigszins convexe schedel, uitgesproken achterhoofdsknobbel, goed gemarkeerde stop. Kastanjebruine neusspiegel. Brede neusrug, vrij lang en enigszins convex. Licht gebogen en matig dikke lippen. Nauwelijks uitgesproken kaakbeenderen.
Ogen: vrij groot, donker amberkleurig, vriendelijke blik. Droge oogranden.
Oren: lang, met afgeronde punt. Ze moeten laag aangezet zijn, ter hoogte van de wenkbrauwen of lager en een beetje naar voren draaien en het hoofd sierlijk omlijsten.
Hals: niet zwaar, rond met normale lengte.
Lichaam: vrij lang, met korte lendenpartij en opgetrokken flanken. Hellende croupe met uitgesproken heupbeenknobbels. Ruime borstkas van goede lengte.
Ledematen: goede hoeking van de schouder en opperarm, goede botten. Krachtige dijbenen van goede lengte, normale hoeking van achterbenen.
Staart: lang, vrij laag aangezet, wordt horizontaal gedragen.
Voeten: ovaal, gesloten, met harde, stevige voetzolen.
Vacht: lang, zacht, steil of golvend, dicht en fijn op het hoofd. Krulhaar is toegestaan op de oren, hals, voeten en bij de staartwortel. De beharing van de staart begint een paar centimeter na de staartwortel en neemt naar de punt van de staart toe.
Kleur: witte basiskleur met kastanjebruine vlekken, met of zonder stippen.
Schofthoogte: reu 55-60 cm, teef 54-58 cm
|