Algemeen
DUITSE STAANDE HOND, DRAADHAAR
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
Aan het einde van de achttiende eeuw begon een ruwharige Duitse vogelhond vorm te krijgen. In de afkomst bevonden zich de Duitse Wasserhund, de Franse Barbet en waarschijnlijk ook de Italiaanse ruwharige Spinone. Het ras werd Wasserhund of Niederlander genoemd. In het midden van de negentiende eeuw begon men met het inkruisen van Pointers om een betere snelheid en een betere neus te krijgen. In de huidige Draadharige Duitse Staande Hond zit ook Korthals-Griffon en Poedelpointer. Het is dus een samengesteld honderas. De ontwikkeling van dit ras is echter zeer bewust geweest en het resultaat is een all-round vogelhond, met name waterwild, daar hij liever in dan uit het water is.
Rasbeschrijving
Vol kracht, edel en droog, met een duidelijk rechthoekige lichaamsbouw.
Hoofd: van normale grootte, licht gewelfd schedeldak, licht uitgesproken stop en achterhoofdsknobbel, krachtige en lange voorsnuit, licht gewelfde neusrug.
Ogen: donker
Oren: hoog en breed aangezet, middelgroot.
Gebit: schaargebit.
Hals: droog, van gematigde lengte, gespierd, licht gebogen.
Lichaam: stijve en gespierde rug, krachtige lendenpartij, licht hellende croupe. Diepe borstkas, duidelijke voorborst, goed gewelfde ribben. Licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: krachtig en goed gehoekt. Schouders liggen goed naar achteren, veerkrachtige middenvoorvoeten. Brede dijbenen en evenwijdige achterbenen, goed bespierd.
Voeten: ovaal, goed gesloten, naar voren gericht, krachtige voetzolen.
Staart: recht, wordt horizontaal of licht omhoog gebogen gedragen.
Vacht: dicht, ruw, ca. 2-4 cm lang dekhaar, dicht ondervacht. Uitgesproken wenkbrauwen en baard.
Kleur: bruin met of zonder wit, bruinschimmel, wit met bruin hoofd en bruine aftekeningen. Zwartschimmel is toegestaan.
Schofthoogte: reu 6-67 cm, teef 56-62 cm.
|