Algemeen
CESKY FOUSEK
Land van herkomst: voormalig Tsjecho-Slowakije
Korte geschiedenis van het ras
De Cesky Fousek is een oud ras in het land van herkomst. Vanaf het midden van de negentiende eeuw tot aan de periode voor de Eerste Wereldoorlog kwam hij tamelijk veel bij jagers voor, maar na de oorlog was hij bijna uitgestorven. In de jaren dertig werd het ras gereconstrueerd met behulp van onder andere kortharige staande honden. Het is in de eerste plaats een jachthond, gespecialiseerd in de activiteiten na het schot als apporteren, spoorzoeken en het opsporen van aangeschoten wild. De hond schijnt oplettend te zijn en gemakkelijk te dresseren. Het ras komt vooral in het land van herkomst voor.
Rasbeschrijving:De Cesky Fousek is een middelgrote, ruwharige jachthond.
Hoofd: tamelijk langgerekt, smal en droog. De voorsnuit is iets langer dan de schedel, de neusrug is licht gebogen, matige stop. Donkerbruine neusspiegel, droge lippen. Krachtige kaken. De bovenschedel is licht gewelfd. Goed aangeduide wenkbrauwen.
Ogen: amandelvormige openingen, vriendelijke en oplettende uitdrukking. De ogen liggen tamelijk diep iin de schedel en hebben een donkere barnsteenkleur. Droge, zwarte gepigmenteerde oogranden.
Oren: direct boven de ogen aangezet, hangend, middelmatig lang, breed bij de aanzet, met afgeronde toppen.
Gebit: schaargebit.
Hals: middelmatig lang, gespierd, droog en licht gebogen.
Lichaam: goede botten, ovale, ruime borstkas, goed ontwikkelde voorborst en gewelfde ribben. Middellange rug, recht en stevig, en licht hellend van schoft tot staartaanzet. Licht gewelfde lenenpartij en iets opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goede botten, goed gespierde en goed gehoekte voorhand, goed gehoekte achterbenen met goede musculatuur.
Voeten: goed gesloten, met sterke voetzolen.
Staart: aangezet in het verlengde van de ruglijn. Wordt in het land van herkomst gecoupeerd.
Vacht: ondervacht en dekhaar. Het dekhaar is 3-7 cm lang. De ondervacht moet fijn en dicht zijn, het dekhaar grof en ruw. Op het hoofd is het haar fijner, maar borstelige wenkbrauwen en een baar moeten aanwezig zijn.
Kleur: schimmel met of zonder bruine vlekken, bruin met gemeleerde aftekening of helemaal bruin.
Schofthoogte: reu 60-66 cm, teef 58-62 cm.
|