Algemeen
BRACCO ITALIANO
Land van herkomst: Italie
Korte geschiedenis van het ras
De Bracco Italiano is een staande vogelhond met zeer oude wortels. Honden als deze bestaan als sinds het gebin van onze jaartelling. Door kruising van Molosser en windhonden is dit rastype ontstaan, dat naderhand is gestabiliseerd. De jachtwijze is in de loop van de jaren wel veranderd. Was het vroeger gebruikelijk vogels met een net te vangen, tegenwoordig jaagt men met vuuwapens wat een heel andere manier van jagen vereist. De Bracco Italiano is hieraan aangepast. Deze vogelhond komt slecht weinig buiten het land van herkomst voor, maar hij wordt in Italie door de actieve jagers erg gewaardeerd.
Rasbeschrijving
De Bracco Italiano is een krachtige en harmonisch gebouwde hond met een rustig temperament. Hij is makkelijk af te richten en heeft erg goed jachteigenschappen.
Hoofd: vrij smal, met gewelfde schedel, uitgesproken achterhoofdsknobbel, iets uitgeproken stop en vlakke wangen. Krachtige voorsnuit met bruine of lichtbruine tot vleeskleurige neusspiegel, afhankelijk van de kleur van de vacht. De neusrug is vlak of licht gebogen en even lang als de schedel. Vrij dunne, licht overhangende lippen, maar zonder overdrijving.
Ogen: vrij groot, met ovale oogopeningen, donker of bruin, afhankelijk van de kleur van de vacht. Vriendelijke uitdrukking.
Oren: zo lang dat ze tot aan de neuspunt reiken. De breedte is gelijk aan de helft van de lengte. De oren zijn vrij ver achter op het hoofd aangezet.
Gebit: schaargebit. Tanggebit wordt geaccepteerd.
Hals: krachtig, vrij lang en met goed ontwikkelde halshuid.
Lichaam: krachtig, enigszins rechthoekig, schoft en croupe liggen boven de ruglijn. Ruime borstkas, brede en krachtige lendenpartij en licht hellend bekken.
Ledematen: sterke botten, goed gehoekte schouder en opperarm, rechte voorbenen. Lange, goed bespierde dijen, goede hoeking van knie- en spronggewrichten, lage sprongen, evenwijdige achterbenen.
Staart: vrij laag aangezet en gedragen. In beweging wordt de staart horizontaal gedragen. In het land van herkomst moet deze gecoupeerd zijn.
Voeten: ovaal, goed gewelfd en gesloten, met sterke nagels.
Gangwerk: lang en vrij, het hoofd wordt hoog gedragen.
Vacht: kort, dicht en glanzend.
Kleur: wit, met grote of kleine vlekken in een bruine of oranje tint. Een symmetrisch masker is gewenst.
Schofthoogte: reu 58-67 cm, teef 55-62 cm.
|