Algemeen
WELSH SPRINGER SPANIEL
Land van herkomst: Engeland
Korte geschiedenis van het ras
De Welsh Springer Spaniel of Tarfgi Cymraeg zoals hij in Wales wordt genoemd, heeft een eeuwenlange geschiedenis. Rood-witte spaniels komen al sinds de middeleeuwen in Wales voor. Oorspronkelijk was het een jachthond die werd gebruikt voor de jacht op vogels en klein wild. Zijn taak was het om het wild op te jagen en het na het schot te apporteren. Het ras werd in 1902 in Engeland erkend toen men de spanielgroep in verschillende rassen onderverdeelde. Het behoort niet tot de meer zeldzame rassen, ondanks het feit dat de verspreiding niet zo groot is.
Rasbeschrijving
De Welsh Springer Spaniel is een symmetrische, compacte, sterke en levendige, relatief laagbenige hond met veel werklust en uithoudingsvermogen.
Hoofd: middelmatig lang, met een licht gewelfd schedeldak, duidelijk aangegeven stop. De voorsnuit dient middelmatig lang, recht en goed besneden te zijn, de neusspiegel vleeskleurig of zwart.
Ogen: hazelnootkleurig of donker, middelmatig groot.
Oren: vrij laag aangezet, hangen dicht tegen de wangen, relatief klein en geleidelijk smaller wordend naar de punt, in de vorm van een druiveblad en voorzien van bevedering.
Gebit: schaargebit.
Hals: lang, gespierd, droog.
Lichaam: rechthoekig maar niet lang, sterk en gespierd met een diepe borstkas en goed gewelfde ribben. Licht gewelfde lendenpartij, goed bespierd.
Ledematen: voorbenen middelmatig lang, recht, met goede botten en matige bevedering. Sterke, gespierde achterbenen, normaal gehoekt in knie en sprong, lage sprongen. De achterbenen dienen matig bevederd te zijn.
Voeten: rond, met dikke voetzolen.
Staart: goed aangezet, wordt laag gedragen, nooit boven de ruglijn.
Gangwerk: snel, efficient, energiek met grote stuwkracht.
Vacht: recht of glad, met een zijdezachte structuur.
Kleur: alleen dieprood met wit.
Schofthoogte: reu max. 48 cm, teef max. 46 cm.
|