Algemeen
SUSSEX SPANIEL
Land van herkomst: Engeland
Korte geschiedenis van het ras
De Sussex Spaniel ontstond als een plaatselijke spanielvariant in het graafschap Susses in Engeland. Zijn geschiedenis kan herleid worden tot het einde van de achttiende eeuw, en het is bekend dat de nu uitgestorven Liver and Black Norfolk Spaniel, de Field Spaniel en mogelijk een aantal andere setting spaniels hierin een rol hebben gespeeld. De fokwerkzaamheden hadden als doel een opjagende en apporterende vogelhond te verkrijgen, die met geblaf jaagt, wat zijn bruikbaarheid op moeilijk terrein vergroot. Zijn langzame manier van jagen is ook noodzakelijk om de jager de tijd te geven om te schieten. Het ras werd in 1862 voor het eerst tentoongesteld in Londen. Het is een zeldzaam ras, en de genenpool is dus klein.
Rasbeschrijving
De Sussex Spaniel moet een massieve en krachtig gebouwde hond zijn, actief en energiek. De rollende bewegingen zijn kenmerkend.
Hoofd: de schedel is breed en gerond van oor tot oor, ondiepe voorhoofdsgroef, uitgesproken stop. Gefronste wenkbrauwen en duidelijke achterhoofdsknobbel. Leverkleurige neusspiegel.
Ogen: hazelnootkleurig, vrij groot, met een milde uitdrukking.
Oren: dik, vrij groot, lobvormig, vrij laag vlak boven de ooglijn aangezet. Ze moeten dicht tegen de wangen hangen.
Gebit: schaargebit.
Hals: lang, sterk, licht gebogen. Het hoofd wordt iets boven de ruglijn gedragen. Weinig keelhuid, maar overvloedige halskraag.
Lichaam: diep en goed ontwikkeld, maar niet te rond en breed. Sterke rug en lendenen, gespierd, lange achterste ribben, geen middel of opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goed naar achteren geplaatste schouders. Krachtige voorbenen met goede botten, goed bespierd. Vrij korte achterbenen met krachtige dijen, sterke en brede sprong, matige hoeking van knie- en spronggewricht.
Voeten: rond, met sterke voetzolen, behaard tussen de tenen.
Staart: laag aangezet. Mag niet boven de ruglijn worden gedragen. Tijdens de bewegingen kenmerkende staartacties.
Gangwerk: evenwijdige voor- en achterbeenbewegingen met de kenmerkende rollende beweging, vlot.
Vacht: overvloedig, glad en zonder de neiging te krullen. Voldoende onderhaar om bescherming te bieden tegen weer en wind. De oren dienen bedekt te zijn met zacht, golvend haard. De voor- en achterbenen moeten matig bevederd zijn. Overvloedig behaarde staart zonder vlag.
Kleur: warmgouden leverkleur met goudglans in de haarpunten.
Schofthoogte: 38-41 cm.
Gewicht: ca. 23 kilo.
|