Algemeen
RIESENSCHNAUZER
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
Rasbiologisch gezien is de Riesenschnauzer een veedrijvende hond met slechts een kleine inslag van de Schnauzer. In het midden van de negentiende eeuw begonnen de dierenhandelaars in de omgeving van Wurttemberg hun veehoeders om te vormen tot de hond die wij nu Riesenschnauzer noemen. Het ras is ontstaan uit kruisingen van de kortharige Beierse veehonden met ruwharige Beierse herdershonden, waaraan een klein beetje Schnauzer en bovendien zwarte Duitse Dog zijn toegevoegd. Doordat de veehouderij andere vormen aannam, nam de behoefte aan veehonden af, maar het ras werd gered en in het begin van de twintigste eeuw was het op een tentoonstelling in Munchen te zien. Daarna is hij ontwikkeld tot een uitstekende waakhond, die de politie en het leger goede diensten bewijst.
Rasbeschrijving
De Riesenschnauzer is een statige, onverschrokken, beweeglijke hond met een goed uithoudingsvermogen. Hij is makkelijk op te voeden.
Hoofd: krachtig, langgerekt, zonder geprononceerde achterhoofdsknobbel, duidelijke stop, die wordt benadrukt door de wenkbrauwen, rechte neusrug, evenwijdig aan het schedeldak, plat voorhoofd. De voorsnuit eindigt in een stompe wig, zwarte neusspiegel, droge, zwarte lippen.
Ogen: ovaal, naar voren gericht en donker.
Oren: hoog aangezet, V-vormig, naar voren gevouwen en dicht langs het hoofd liggend.
Gebit: compleet schaargebit met sterke tanden.
Hals: krachtig, licht gebogen, droog.
Lichaam: gematigd breed, ovale borstkas met vlakke ribben, uitgesproken voorborst, diepe borstkas. Licht opgetrokken buiklijn. Korte lendenpartij. Het lichaam moet vierkant zijn. Licht hellende, iets boogvormige bovenbelijning.
Ledematen: sterke botten, goed gehoekte schouder en opperarm, rechte voorbenen, aansluitende ellebogen. Goede hoeking van knie- en spronggewricht, goed bespierde achterbenen.
Voeten: kort, rond, goed gesloten. Gewelfde tenen, Sterke voetzolen.
Staart: hoog aangezet, wordt rechtop gedragen.
Vacht: ruw, hard en dicht, met dichte ondervacht. Ruwe baard en borstelige snorren.
Kleur: zwart of peper-en-zout. Witte aftekeningen zijn niet gewenst.
Schofthoogte: 60-70 cm.
|