Algemeen
RAFEIRO DO ALENTEJO
Land van herkomst: Portugal
Korte geschiedenis van het ras
De Rafeiro do Alentejo is afkomstig uit het district Alentejo in Zuid-Portugal. Het ras is een combinatie van lokale rassen, die werden gekruist met onder andere de Estrela Berghond en de Spaanse Mastiff. Het is de grootste van de Portugese rassen en komt hoofdzakelijk in zijn geboortestreek voor. Het is een grote en zware hond, zeer zelfstandig en koppig van karakter. Het is niet alleen een goede waakhond, vooral 's nachts, maar tevens een uitstekende vee- en schapenhoeder, omdat hij het vee beschermt tegen zowel twee- als vierbenige indringers.
Rasbeschrijving
De Rafeiro do Alentejo is een grote, zware en krachtige hond met een eigenzinnig en respect afdwingend karakter.
Hoofd: lijkt op een berehoofd, krachtig, met een gewelfde schedel en tamelijk onduidelijke stop, lichte voorhoofdsgroef en achterhoofdsknobbel. De voorsnuit is iets langer dan de schedel, rechte of licht gewelfde neusrug, sterke en goed ontwikkelde kaken, tamelijk droge lippen en donkere neusspiegel.
Ogen: middelmatig groot, ovaal en donker, met donkere oogranden en een kalme uitdrukking.
Oren: driehoekig, in verhouding klein, middelmatig hoog aangezet, langs de wangen hangend en vrij beweeglijk. Iets uitstaand aan de basis.
Gebit: wordt niet in de rasbeschrijving aangegeven.
Hals: recht en sterk, met tamelijk veel keelhuid.
Lichaam: sterk, gespierd en omvangrijk, met een diepe, lange en ruime borstkas, weinig geprononceerde voorborst. Lendenen en croupe zijn breed, goed bespierd en licht gewelfd. Diepe flanken en matig opgetrokken buiklijn.
Ledematen: krachtige en zware botten, tamelijk geopende hoeken in voor- en achterhand. Evenwijdige voor- en achterbenen, veerkrachtige voormiddenvoeten. Lange, brede en goed bespierde dijbenen, sterke sprongen.
Voeten: groot, ovaal, goed gesloten, met dikke en sterke voetzolen.
Staart: in het verlengde van de croupe aangezet, grof en krachtig, reikt tot de punt van de sprong. Wordt in rust hangend met een iets omhooggebogen punt gedragen, in actie hoger.
Gangwerk: zwaar, langzaam en golvend.
Huid: de buitenste slijmvliezen zijn zwartgepigmenteerd. De huid is los en groot.
Vacht: kort tot halflang, grof, dicht en glad.
Kleur: zwart, fawn, kastanjebruin of creme met of zonder witte aftekening en tijgering.
Schofthoogte: reu 66-74 cm, teef 64-70 cm.
|