Algemeen
KRAZSKI OVCAR
Land van herkomst: Voormalig Joegoslavie
Korte geschiedenis van het ras
De Krazski Ovcar komt uit het noordwesten van voormalig Joegoslavie, bij de grens met Oostenrijk en Italie. Het ras, dat wordt gebruikt als herdershond, is nauw verwant met het Zuidjoegoslavische ras Sar Planina en andere herdershonden in de oostelijke Balkan. Het ras komt in het land van herkomst al eeuwenlang voor, maar is steeds zeldzamer geworden. Het is een uitstekende wachthond, wantrouwend tegenover vreemden en waakzaam, maar ook een heel gezellige, betrouwbare en trouwe gezinshond. Hij is sterk en robuust en heeft het vermogen om op moeilijk terrein en onder moeilijke weersomstandigheden te werken.
Rasbeschrijving
De Krazski Ovcar is een middelgrote, sterke en levendige herdershond.
Hoofd: edel gevormd met zachte lijnen. Schedeldak en snuit evenwijdig, de schedel vrij breed en droog, met een licht gewelfd schedeldak. De achterhoofdsknobbel en de wenkbrauwen zijn zwak geprononceerd. Zwak uitgesproken stop. Matig lange en krachtige snuit met vlakke neusrug. Ietwat dikke lippen met zwart pigment, zwarte neusspiegel.
Ogen: amandelvormig, kastanje- tot donkerbruin, met een rustige en trouwe blik.
Oren: V-vormig en vrij hoog aangezet, hangend, reiken tot de ooghoeken.
Gebit: schaargebit.
Hals: licht gewelfd en droog, niet bijzonder lang, tilt het hoofd vrij hoop op.
Lichaam: diepe, lange en vrij brede borstkas, normaal gewelfde ribben. Uitgesproken schoft, rechte en brede rug met goede bespiering. Brede en sterke, licht gewelfde lendenen en brede en licht hellende croupe. Licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: normale hoeking van voor- en achterhand, goede botten, rechte en evenwijdige voor- en achterbenen. Goed bespierde ledematen.
Voeten: krachtig, rond tot ovaal, met goed gesloten tenen en sterke voetzolen.
Staart: hoog aangezet, moet tot de punt van de sprongen komen. Wordt sabelvormig gedragen of boven de ruglijn als de hond actief is.
Vacht: dik, lang en recht, met een dichte ondervacht. Op het hoofd en de voorkant van de benen is de vacht korter. De staart is krachtig behaard. Op
de achterzijde van de dijen wordt een uitgesproken broek gevormd.
Kleur: staalgrijs in verschillende tinten met een donkerder masker en een zgn. bril.
Schofthoogte: reu 55-60 cm, teef 52-56 cm.
|