Algemeen
HOVAWART
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
De naam van het ras Hovawart, betekent hofwacht en daar werden de voorvaderen van dit ras ook voor gebruikt. Afbeeldingen uit de Middeleeuwen laten hetzelfde type hond zien als de tegenwoordige Hovawart. De moderne uitvoering van het ras ontstond in de negentiende eeuw, toen een Duitse Herdershond, een Newfoundlander en mogelijk een Leonberger werden ingekruist. Met behulp van deze inkruisingen werd het oorspronkelijke werkhondetype gerestaureerd. De Hovawart werd in 1936 erkend door de FCI. Het ras is sterk en waakzaam en een uitstekende waak-, verdedigings- en gezelschapshond.
Rasbeschrijving
Hoofd: vol kracht, met een brede, gewelfde schedel, droog. Platte neusrug, snuit en schedeldak evenwijdig aan elkaar en even lang. Licht uitgesproken stop, lippen met donker pigment. Zwarte neusspiegel.
Ogen: ovaal of rond, bruin tot donkerbruin.
Oren: driehoekig, hangend, ver uit elkaar geplaatst, reiken tot de mondhoek.
Gebit: schaargebit, tanggebit is toegestaan.
Hals: krachtig en van gematigde lengte.
Lichaam: breed, diep, met ruime borstkas. Vlakke, stevige rug met een licht hellende croupe.
Ledematen: goede botten, rechte voorbenen, gespierde schouderpartij, schouders liggen goed naar achteren, lange opperarm, stevige ellebogen. Goede hoeking van de achterbenen, brede, bespierde dijbenen, lage sprongen.
Staart: moet tot onder het spronggewricht komen, wordt laag of boven de ruglijn gedragen.
Gangwerk: vrij, wijd uitgrijpend.
Vacht: goede pigmentatie van de huid, lange en golvende vacht, aanliggend. Rijkelijk opde borst, benen en achterzijde van de dijbenen. Borstelige staart.
Kleur: er komen drie kleuren voor: zwarte met aftekening, blond en zwart. In alle gevallen moet de vacht glanzend en elastisch zijn, de kleuren helder en met een duidelijk verschil.
Schofthoogte: reu 63-70 cm, teef 58-65 cm.
|