Algemeen
HOLLANDSE SMOUSHOND
Land van herkomst: Nederland
Korte geschiedenis van het ras
De Hollandse Smoushond stamt af van de Duitse Ruwharige Pinscher, voorvader
van de huidige Schnauzer. Rode, ruwharige pups kwamen naar Nederland en werden
daar verkocht als herenstalhonden of de stalhonden van de hogere standen.
Langzamerhand ontwikkelden ze zich als Smoushond en werden ze door de
Nederlandse Kennel Club (Raad van Beheer) en de FCI erkend. Tussen de beide
wereldoorlogen werd de populariteit van het ras minder en hield het bijna op te
bestaan. In 1949 werd het laatste nest geboren. In het begin van de jaren
zeventig gingen een paar mensen zich met de reconstructie en overleving van het
ras bezighouden. Men verzamelde informatie over Smousachtige honden in Nederland
en na intensieve arbeid kon het ras in 1978 opnieuw worden goedgekeurd door de
Raad van Beheer en de FCI. Het is in aantal nog steeds een zeer klein ras en
komt vooral voor in het land van herkomst. His een levendige en actieve hond.
Rasbeschrijving
De Smoushond is een ruwharige, levendige en droge kleine hond.
Hoofd: zeer kenmerkend voor het ras, breed en kort met een licht
gewelfde schedel en een duidelijk stop. Geronde en krachtige voorsnuit, tamelijk
korte kaken. De afstand van de achterhoofdsknobbel tot de stop maakt twee-derde
van de lengte van het hoofd uit. Droge lippen, zwarte neusspiegel en lippen.
Ogen: kenmerkend voor het ras, donker, groot en rond, met donkere
oogranden. Vriendelijke en levendige uitdrukking.
Oren: hoog aangezet, klein, dun en driehoekig.
Gebit: schaargebit.
Hals: kort en gespierd.
Lichaam: compact, met een brede en rechte rug en een licht gewelfde
lendenpartij. Hoeking van schouder en opperarm is tamelijk licht, evenals die
van de achterhand. Ruime, niet zo diepe borstkas met goed gewelfde ribben.
Opgetrokken buiklijn.
Ledematen: rechte en breed geplaatste voorbenen met tamelijk krachtige
botten. Gespierde achterhand met lage sprongen en tamelijk grote hoeken in knie
en spronggewricht.
Voeten: klein en rond, goed gesloten, met zwarte nagels.
Staart: tamelijk kort, hoog gedragen, maar niet over de rug gerold.
Vacht: krachtig, ruw en slordig met dekhaar en ondervacht. Het
krachtigst op het lichaam en korter op benen en hoofd.
Kleur: geel in alle nuances, strogeel heeft de voorkeur. Oren, snor,
baard en wenkbrauwen zijn iets donkerder van kleur.
Schofthoogte: 35-42 cm.
Gewicht: ca. 9-10 kilo.
|