Algemeen
GROTE ZWITSERSE SENNENHOND
Korte geschiedenis van het ras
De stamboom van de Zwitserse Sennenhonden is al tweeduizend jaar oud. Toen trokken Romeinse legers naar het noorden. Ze namen grote, zware doggen mee om het meegebrachte vee op te jagen. Naarmate de reis vorderde, werden de kudden kleiner en de honden bleven in de Zwitserse dalen achter. Uit deze honden ontwikkelde zich plaatstelijke varieteiten, die door de boeren voornamelijk als veedrijver, herders-, trek- en waakhond werden gebruikt. Hun gemeenschappelijke naam werd Sennenhond (alpenhond). De rassen werden na verloop van tijd echter erg zeldzaam, maar dankzij een groots opgezette reddingsoperatie en doelgericht fokken, slaagden de Zwitserse kynologen erin ze in stand te houden. De Grote Zwitserse Sennenhond is een van deze vier rassen.
Rasbeschrijving
De Grote Zwitserse Sennenhond is groot, compact, beweeglijk, moedig en heeft een groot uithoudingsvermogen.
Hoofd: krachtig, de afstand tussen de voorsnuit en de stop is gelijk aan de afstand tussen de stop en de achterhoofdsknobbel. Brede en vlakke schedel, ondiepe voorhoofdsgroef, lichte stop. Rechte en brede neusrug, krachtige voorsnuit, stompe neus. Zwarte neusspiegel, droge lippen.
Ogen: middelgroot, hazelnoot- tot kastanjebruin, betrouwbare uitdrukking, droge ooghoeken.
Oren: middelgroot, tamelijk hoog aangezet, driehoekig, goed behaard.
Hals: matig lang, krachtig, gespierd en droog.
Gebit: schaargebit.
Lichaam: krachtig. Rechte, matig lange rug. Diepe, lange en brede borstkas met een uitgesproken voorborst. Van de voorkant gezien is de borstkas ovaal. Brede, sterke lendenen. Lange, brede, geronde croupe, tamelijk lage buiklijn.
Ledematen: goed gehoekte en goed bespierde voorhand. Sterke botten, veekrachtige voormiddenvoet. Evenwijdige voorbenen. Brede, goed bespierde dijen, goed gehoekt in knie- en spronggewricht, tamelijk lange onderbenen.
Voeten: licht gerond, kort, goed gesloten en gewelfd.
Staart: tamelijk zwaar of licht gebogen gedragen.
Vacht: glad- en kortharig toegestaan. Beide haarsoorten met dicht onderhaar.
Kleur: zwarte grondkleur met een roestbruine en witte symmetrische aftekening. De bruine kleur moet altijd tussen het zwart en het wit liggen, net als bij de andere Sennenhonden.
Schofthoogte: reu 65-70 cm, teef 60-65 cm.
|