Algemeen
CAO DA SERRA DA ESTRELA (ESTRELA BERGHOND)
Land van herkomst: Portugal
Korte geschiedenis van het ras
De Cao da Serra da Estrella is een van de rassen die oorspronkelijk uit Azie stammen. Hij is in Portugal ingeburgerd als herdershond, d.w.z. hij beschermt de kudden vee tegen twee- en viervoetige indringers. Het ras heeft veel nauwverwante familieleden in de Zuid- en Middeneuropese berggebieden, waar deze honden soortgelijke taken hebben. De Cao da Serra da Estrela is een zeer waakzame hond en een goede wachter. Hij is wantrouwend jegens vreemden, maar zeer toegewijd tegenover de eigenaar en diens gezin, niet in het minst de kinderen. De Cao da Serra da Estrela is een, tot dusverre, tamelijk weinig voorkomend ras.
Rasbeschrijving
De Cao da Serra da Estrela is een grote, krachtige, majestueuze en beweeglijke hond.
Hoofd: groot en massief, met een vlakke schedel en vlakke wangen. Het hoofd is langgerekt en in profiel licht convex. Lichte stop, snuit en schedel zijn even lang. De voorsnuit loopt smal toe en eindigt stomp. De neusspiegel moet harmonieren met de kleur van de vacht, maar is bij voorkeur zwart. Tamelijk droge en zwart gepigmenteerde lippen.
Ogen: tamelijk groot, met ovale openingen. Rustige uitdrukking, amberkleurig.
Oren: tamelijk hoog aangezet, driehoekig, met afgeronde top, worden hangend en licht naar achteren gevouwen gedragen.
Gebit: de gebitsvorm wordt niet aangegeven in de rasbeschrijving. Het ras heeft meestal een schaargebit.
Hals: kort, krachtig en droog, met een lichte wam.
Lichaam: goed gewelfde borstkas, breed en diep. Tamelijk korte, brede en rechte rug, brede en korte lendenpartij, licht hellend bekken. Licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: rechte voorbenen met ronde botten. Goede hoeking van schouder en opperarm. Gespierde achterbenen met normale hoeking, tamelijk laag aangezette sprong.
Voeten: licht ovaal, met gesloten tenen en veerkrachtige voetzolen. Enkele of dubbele Hubertusklauwen.
Staart: moet tot aan de punt van de sprong reiken, sabelvormig zijn, goed behaard en van een vlag voorzien. Wordt hangend gedragen, of hoger bij beweging.
Vacht: twee vachtsoorten komen voor: kort- en langharig. De vacht moet krachtig en tamelijk grof zijn, recht of licht golvend en zeer weelderig. De ondervacht bestaat uit fijn, kort haar.
Kleur: fawn, wolfskleurig met geel, eenkleurig of met witte aftekening.
Gangwerk: licht en vrij.
Schofthoogte: reu 65-72 cm, teef 62-68 cm.
|