AlgemeenDWERGSCHNAUZER
a.peper en zout, b.zwart, c.zwart-zilver, d.wit
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het rasDe Dwergschnauzer dient een exacte kopie te zijn van de Schnauzer Middenslag.
Rasbeschrijving
De Dwergschnauzer vierkant gebouwde, ruwharige en compacte hond. Hij heeft een levendig temperament, is robuust, vrijmoedig en waakzaam.
Hoofd: krachtig, lang, met een licht geprononceerde achterhoofdsknobbel. Uitgesproken stop, vooral door de bossige wenkbrauwen. Rechte neusrug, evenwijdig met het voorhoofd. De voorsnuit eindigt in een stompe wig. Zwarte neusspiegel, droge, zwarte lippen.
Ogen: donker, ovaal, naar voren gericht.
Oren: hoog aangezet, gelijkzijdig gedragen, rechtopstaande of dicht tegen het hoofd hangende zware oren.
Gebit: schaargebit.
Hals: krachtig, licht gewelfde nek, goed opgeheven, droog.
Lichaam: borstkas van juiste breedte, vanaf de voorkant gezien ovaal, moet tot aan de ellebogen reiken. Uitgesproken voorborst. Licht opgetrokken buiklijn. Korte lendenen. Lichaamslengte=schofthoogte. Korte rug, licht hellend met een lichte en elegante welving, afgeronde croupe.
Ledematen: normaal gehoekt in schouders en opperarm, goed gespierd. Rechte voorbenen met goede botten. Licht hellende ellebogen. Goed gehoekte achterhand met evenwijdige, goed bespierde achterbenen.
Voeten: kort, rond, stevig, gesloten.
Staart: hoog aangezet, wordt omhoog gedragen.
Vacht: ruwharig, zeer dicht, hard en stug. Dicht onderhaar en niet te kort, hard dekhaar. Op het hoofd moet de vacht ruw zijn, op de benen, het voorhoofd en de oren iets korter. Typisch zijn een ruige baard en bossige wenkbrauwen.
Kleur: zuiver zwart of peper en zout in nuances van ijzergrauw tot zilvergrijs, zilverkleurig of wit. Moet in alle gevallen een donker masker hebben.
Schofthoogte: 30-35 cm.
|