Algemeen
ARGENTIJNSE DOG
Land van herkomst: Argentinie
Korte geschiedenis van het ras
De Argentijnse Dog is de nationale hond van Argentinie. Hij ontstond pas in
de jaren twintig en zijn schepper was dr. Antonio Nores Martinez. Hij wilde een
krachtige en moedige jachthond scheppen, die bovendien een goede waak- en
familiehond was. De eisen die aan de hond werden gesteld, waren hoog, want het
beoogde wild bestond uit wilde zwijnen, poema's en jaguars. Met The Old Fighting
Dog of Cordoba uit Spanje als uitgangspunt werd daarna de gevlekte Duitse Dog
ingekruist, evenals de Mastin de los Pirineos. de Bordeaux-Dog, de Boxer, de
Bull Terrier en de Engelse Bulldog. Het heeft natuurlijk lang geduurd om het ras
te consolideren, maar in 1960 werd het uiteindelijk door de FCI erkend. De
Argentijnse Dog is een typische eenmanshond en geen ras voor beginners. Hij is
zijn gezin zeer trouw, en daarbij vriendelijk voor kinderen maar tegelijkertijd
een scherpe waakhond. In het land van herkomst wordt hij nog steeds voor de
jacht gebruikt.
Rasbeschrijving:De Argentijnse Dog (Dogo Argentino) is een tamelijk grote, zeer krachtige hond, die veel respect afdwingt.
Hoofd: bol-holrond, d.w.z. de schedel is bol zoals het bijterstype betaamt (de lijn van) het gezicht en de snuit zijn hol zoals het hoort bij een reuktype. Schedel en voorsnuit zijn even lang. Krachtige kaken en zwart gepigmenteerde, enigszins zware lippen. Zwarte neusspiegel.
Ogen: donker of hazelnootkleurig, met donkere of lichtere oogranden. De ogen moet goed uit elkaar geplaatst zijn en een levendige uitdrukking, tegelijkertijd met een opvallende hardheid, hebben.
Oren: hoog op het hoofd aangezet, driehoekig en staand of halfstaand. In het land van herkomst worden de oren gecoupeerd.
Gebit: sterk en krachtig, met goed ontwikkelde tanden.
Hals: sterk, goed van spieren voorzien en gewelfd, met zware keelhuid.
Lichaam: brede, diepe en lange borstkas. Goede hoeking van schouder en
opperarm, goed bespierde voorhand. De ruglijn helt licht van schoft naar
staartaanzet.
Ledematen: krachtige botten, rechte en evenwijdige benen, goed
bespierde dijen en krachtige lendenpartij. Matige hoeking van de achterhand.
Staart: lang en grof, reikt tot de punt van de sprong. Wordt normaal
hangend gedragen, maar bij beweging of arbeid iets hoger en wordt dan
onafgebroken heen en weer bewogen.
Vacht: kort, hard en glanzend.
Kleur: wit. Gepigmenteerde vlekken op de huid zijn toegestaan.
Schofthoogte: 60-65 cm.
Gewicht: 40-45 kilo.
|