Algemeen
DOBERMANN
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
De Dobermann is op zijn eigen manier onze enige echte diensthond. Hij is
namelijk alleen ontwikkeld met het oog op zijn kwaliteiten bij het innen van
belastingen. De grondlegger van het ras, Louis Dobermann, was onder andere
deurwaarder bij de belastingdienst. Hij had een hond nodig die hem hielp ervoor
te zorgen dat de schuldenaars wilden betalen. Met behulp van plaatselijke rassen
en door inkruisen van de Pinscher, Manchester Terrier en Greyhound, ontstond een
zeer goede medewerker. Dit gebeurde in het miden van de negentiende eeuw. De
huidige Dobermann is echter in veel opzichten anders dan de door Louis Dobermann
gefokte hond. Tegenwoordig is de elegante hond, die kracht, moet elegantie
uitstraalt, een zeer sociaal dier, dat goed in de moderne maatschappij past. Een
Dobermann is niet geschikt als eerste hond, hij vereist ervaring en kennis. Hij
is overal ter wereld een erg gewaardeerde dienst- en tentoonstellingshond.
Rasbeschrijving
Hoofd: gevormd als een langgerekte stompe wig. Evenwijdige belijning
van de neusrug en het schedeldak. Diepe en brede voorsnuit, droge lippen, zwarte
neusspiegel. Bij blauwe en bruine honden mag de neusspiegel iets lichter zijn.
Ogen: middelgroot, amandelvormig en donker.
Oren: middelgroot, hoog aangezet en hangend tot op de wangen.
Gebit: schaargebit.
Hals: vrij lang, sierlijk gewelfd, droog en gespierd.
Lichaam: vierkant, vooral bij de reu; iets langer bij de teef. Korte,
stevige rug, uitgesproken schoft. Vrij brede rug, hellend van de schoft naar de
croupe. Goede borstdiepte, ca. 50 procent van de schofthoogte. Uitgesproken
voorborst. Enigszins opgetrokken buiklijn.
Ledematen: sterke botten maar niet grof, rechte voorbenen, schouders
goed naar achteren liggend en lange opperarm, stevige ellebogen, licht verende
voormiddenvoet. Brede, goed bespierde dijbenen, goede hoeking van knie- en
spronggewrichten, evenwijdige achterbenen zonder hubertusklauwen.
Voeten: kort, rond, gesloten en goed gewelfd.
Staart: wordt op een lijn met de rug gedragen.
Vacht: kort, hard, glad en glanzend. Moet vlak tegen het lichaam
aanliggen.
Kleur: zwart, bruin of blauw met roestbruin, duidelijk omlijnde
aftekening. Roesbruine aftekening moet aanwezig zijn op de voorsnuit, de wangen,
boven de ogen, op de hals, de borst, de voormiddenvoet, de achtermiddenvoet en
de voeten, op de binnenkant van de achterbenen en rond de anus.
Gangwerk: elastisch, vrij en wijd uitgrijpend met goede stuwkracht.
Schofthoogte: reu 68 cm, max. 70 cm, teef 63-66 cm, max. 67 cm.
|