Algemeen
PERRO DOGGO MALLORQUIN
Land van herkomst: Spanje
Korte geschiedenis van het ras
De Perro doggo Mallorquin of, zoals het ras ook wel wordt genoemd, Ca de Bou,
stamt af van de Spaanse vechthonden. Ze werden gebruikt voor stieregevechten en gevechten tussen honden onderling. De hondegevechten zijn inmiddels al lang verboden, maar vinden nog steeds plaats op het platteland, vooral op de Spaanse eilanden waaronder de Balearen. Dit rastype
is door de zeevaart in verschillende Spaanstalige landen in de wereld terechtgekomen. Daar vermengden zij zich met soortgelijke honden en vormden de plaatselijke vechthonden, die vooral als waakhond worden gebruikt. De Perro de Presa Mallorquin is zeer zeldzaam en komt buiten zijn vaderland nauwelijks voor. Het is overigens discutabel in hoeverre hij als afzonderlijk ras heeft weten te overleven, maar hij komt nog steeds in het rasregister van de FCI voor.
Rasbeschrijving:De Perro doggo Mallorquin is een middelgrote, krachtige waakhond, dapper,
met een temperament dat veel respect afdwingt.
Hoofd: opvallend groot, vierkant, met zeer gespierde wangen en kaken.
Vlakke schedel zonder waarneembare achterhoofdsknobbel, zeer duidelijk
aangegeven stop, brede en krachtige voorsnuit, die iets korter is dan de schedel.
Dikke, zwartgepigmenteerde lippen, die het gebit goed bedekken, en een zwarte
neusspiegel.
Ogen: groot en ovaal, iets prominent. Ze zijn ver uit elkaar geplaatst,
donker en hebben een zelfstandige uitdrukking.
Oren: hoog aangezet, ver uit elkaar geplaatst, klein en dun.
Gebit: wordt niet in de rasbeschrijving aangegeven.
Hals: vrij lang, dik en gespierd.
Lichaam :compact, met een ruime, brede, diepe en vrij lange borstkas.
Zeer goed gewelfde ribben, breed front. Tamelijk korte, licht gewelfde ruglijn
met brede en goed bespierde lendenpartij en brede croupe.
Ledematen: zeer krachtige botten, matige hoekingen voor en achter,
goed bespierde ledematen. Rechte vorobenen met een goede breedte ertussen,
rechte en evenwijdige voor- en achterbenen, lage en krachtige sprongen.
Voeten: gesloten en gewelfd, met sterke voetzolen.
Staart: laag aangezet ,grof. Moet tot aan de punt van de sprong reiken.
Wordt in rust laag gedragen in actie ter hoogte van de ruglijn en sabelvormig.
Vacht: kort en hard.
Kleur: geel of rood, eenkleurig of getijgerd.
Schofthoogte: ca. 56 cm.
|