Algemeen
ENGELSE BULLDOG
Land van herkomst: Engeland
Korte geschiedenis van het rasDe Engelse Bulldog is het Engelse nationale ras. Het ras werd ooit gebruikt voor het bullebijten of voor gevechten tussen honden en stieren. In 1835 werd dit bullebijten in Engeland verboden, waarna het ras nagenoeg verdween. Zoals zo vaak waren het liefhebbers van het ras die het ras hebben gered en men transformeerde de hond tot een onschuldige en vooral ook lieve gezelschapshond.
Rasbeschrijving
Hoofd: massieve schedel, de omtrek is ongeveer gelijk aan de schofthoogte. Van opzij gezien moet het hoofd zeer kort en diep zijn. Vlak voorhoofd. Het vel op het hoofd moet los en gerimpeld zijn. De voorhoofdsbeenderen komen zeer ver naar voren, breed, hoekig en hoog. Een inkeping tussen de ogen, diepe voorhoofdsgroef. Korte, brede, naar boven gerichte voorsnuit, grote, brede en zwarte neusspiegel. Dikke lippen, die het gebit voor bedekken, aan de zijkanten diep en geheel over de onderkaak reiken.
Ogen: laag geplaatst, zo ver mogelijk van de oren af. De ogen en de stop moeten in een rechte lijn liggen. De ogen ver uiteen geplaatst, rond en matig groot, zo donker mogelijk.
Oren: roze-oor, hoog aangezet, ver uit elkaar, zo klein mogelijk en dun.
Gebit: krachtige kaken, de onderkaak steekt erg naar voren, is naar boven gericht en breed. De tanden staan in een regelmatige rij.
Hals: tamelijk kort en zeer dik, goed gewelfde nek, losse, gerimpelde keelhuid met wammen.
Lichaam: brede en zeer diepe borst, brede en goed laaghangende borstkas, rond van vorm. Korte, sterke rug, breed bij de schouders en smal bij de lendenen. De rug daalt licht achter de schouders, waarna de ruggegraat stijgt naar de lendenen en vervolgens afbuigt naar de staart, waardoor een boog wordt gevormd, die karakteristiek is voor het ras. Goed opgetrokken buiklijn.
Ledematen: brede, schuine schouders alsof zij aan het lichaam zijn aangehecht, sterke, ver uit elkaar staande voorbenen met sterke botten. De voorbenen moeten rech en gespierd zijn en nogal kort in verhouding tot de achterbenen. Korte, rechte en sterke voormiddenvoet. Krachtige, gespierde achterbenen, langer en minder massaal ontwikkeld dan de voorbenen. Laaggeplaatste sprongen, iets naar buiten gedraaide knieen. Iets naar buiten gedraaide achtervoeten.
Voeten: rond, compact, met goed gescheiden tenen.
Gangwerk: zwaar, met de ene schouder vooruit, snelle stappen.
Vacht: fijn, kort, dicht en glad.
Kleur: eenkleurig of eenkleurig met een zwart masker of een zwarte voorsnuit, gestroomd, verschillende tinten rood, geelbruin, lichtgeel, wit of wit in combinatie met een van de genoemde kleuren.
Gewicht: reu ca. 25 kilo, teef 23 kilo.
|