Algemeen
BROHOLMER
Land van herkomst: Denemarken
Korte geschiedenis van het ras
Reeds in de Middeleeuwen kwamen er in Denemarken grote, Mastiffachtige honden
voor. Een deel daarvan kwam uit Engeland, als geschenk aan het Deense hof. Deze
honden werden gekruist met plaatselijke honden. De honden werden onder andere
gebruikt voor het opdrijven en bewaken van vee. Het ras werd echter steeds
zeldzamer en aan het eind van de negentiende eeuw richtte graaf N.F.Sehsted, in
Broholm of Fyn, zich op het verzamelijk en wederopbouwen van het ras. Tussen de
beide wereldoorlogen werden grote, dure hondn minder populair en het ras stierf
bijna uit. In 1974 begon de Deense Kennel Club met een reconstructie en met
doelbewust fokwerk, waarvoor de rasbeschrijving van 1886 als basis fungeerde.
Dat resulteerde erin dat de Broholmer in 1982 opnieuw door de FCI kon worden
erkend. Het ras komt in het land van herkomst weinig voor, daarbuiten af en toe maar in toenemende mate.
Inmiddels wonen er enkele bro's in Nederland, Duitsland, België, Italië en Noorwegen.
Rasbeschrijving
De Broholmer is een grote, zeer krachtige, rechthoekige hond van het Mastiff
type. Hij is rustig en vriendelijk en een uitstekende waakhond.
Hoofd: groot en krachtig. Het voorhoofd en de neusrug lopen evenwijdig
en bijna op een lijn met elkaar, hetgeen betekent dat de stop tamelijk vlak is.
De schedel is breed en de kaken zijn krachtig en even lang. De snuit is tamelijk
kort en de lippen hangen. Overvloedige keelhuid. Het hoofd wordt nogal laag
gedragen.
Ogen: middelgroot, rond, met een levendige en vriendelijke uitdrukking.
De kleur varieert van donkerbruin tot donker barnsteenkleurig.
Hals: zeer krachtig en met een lichte welving.
Lichaam: brede, diepe en lange borstkas. Sterke, rechte rug en een
enigszins hellend bekken.
Ledematen: sterke, rechte voorbenen en sterke botten. Goed bespierde
voorhand. Goed gehoekte achterhand, goed bespierd.
Voeten: sterk en goed gesloten.
Staart: hangend in sabelvorm, in actie op de zelfde hoogte als de
ruglijn.
Gangwerk: krachtig en vastberaden.
Vacht: kort en met een grove structuur.
Kleur: a. lichtgeel met een zwarte neusspiegel en donker masker. b.
bruingeel met een zwarte neusspiegel en donkere haarpunten (lichtere kleur van
de ogen is toegestaan, c. zwart. Een witte aftekening op de borst, de voeten en
de punt van de staart is toegestaan.
Schofthoogte: reu minimaal 75 cm, teef minimaal 70 cm.
|