Algemeen
OOSTENRIJKSE PINSCHER
Land van herkomst: Oostenrijk
Korte geschiedenis van het ras
De Oostenrijkse Pinscher is nauw verwant aan de Duitse Pinscher, hetgeen
betekent dat hij al honderden jaren fungeert als bevechter van schadelijke
dieren en vooral als rattenvanger. Hij is zeer moedig en actief en hij schijnt
van het platteland en de vrijheid te houden. Zijn loslippigheid, dat wil zeggen
zijn eigenschap om vaak en graag te blaffen, maakt hem ook ongeschikt als
stadshond. De Oostenrijkse Pinscher is schaars in het land van herkomst en komt
daarbuiten bijna helemaal niet voor.
Rasbeschrijving
De Oostenrijkse Pinscher is een kleine tot middelmatig grote, compacte, korte
hond met een levendig temperament, en hij is bijzonder waakzaam.
Hoofd: driehoekig, met een brede schedelpartij, uitgesproken
jukbeenderen en sterke en krachtige kaken. Duidelijke stop. Zwarte of bruine
neusspiegel, afhankelijk van de vachtkleur.
Ogen: ovale openingen, donkere ogen, levendige uitdrukking,
gepigmenteerde oogranden.
Oren: driehoekig, licht naar buiten staand bij de aanzet, naar voren
hangend.
Gebit: schaargebit, tanggebit is toegestaan.
Hals: middelmatig lang, krachtig en goed van spieren voorzien.
Lichaam: korte rug en korte en brede lendenpartij, licht gewelfd.
Tamelijk vlakke croupe, betrekkelijk lange borstkas met een goede diepte,
tonvormig en met goed gewelfde ribben. Markante voorborst, breed front. Goed
bespierde voorhand.
Ledematen: goede hoeking van zowel voor- als achterhand. Dijen goed
van spieren voorzien, rechte en evenwijdige benen met goede botten.
Voeten: goed gesloten, met veerkrachtige voetzolen.
Staart: hoog aangezet, gekruld en over de rug gedragen. Hij moet kort,
grof en borstelig zijn.
Vacht: dekhaar met ondervacht, hard, glad en dicht op de huid liggend.
Kleur: donkergeel tot rood in verschillende nuances, zwart en bruin.
Getijgerd komt voor, evenals witte aftekening.
Schofthoogte: 35-50 cm.
Gewicht: 12-18 kilo.
|