Algemeen
AFFENPINSCHER
Land van herkomst: Duitsland
Korte geschiedenis van het ras
De Affenpinscher is een zeer oud ras. Het ras werd in de vijftiende en in het begin van de zestiende eeuw verschillende keren door de kunstenaars Jan van Eyck en Albrecht Durer geportretteerd. In het Duitse Stamboek werd in de laatste decennia van de negentiende eeuw onder de naam Affenpinscher een samenvatting gegeven van de kort-, de lang- en de ruwharige dwergpinscher. Pas in 1896 werd het ras opgedeeld in Affenpinschers en kortharige dwergpinschers. In de oorspronkelijke rasbeschrijving werd de Affenpinscher beschreven als een kleine duivel vol gif en gal, en daarmee werd bedoeld dat het een kleine duivel was tegen iedereen die hij niet kende. Misschien was dat toen het geval, tegenwoordig is hij beduidend socialer, een goede waakhond en een gezellige hond, die zich sterk aan zijn eigen mensen hecht.
Rasbeschrijving
Kenmerkend voor de Affenpinscher zijn het aapachtige hoofd en de vrijpostige gezichtsuitdrukking. Hij is klein, kompact en levendig.
Hoofd: gerond, goed gewelfd maar niet zwaar, uitgesproken stop, korte voorsnuit, zwarte lippen en neusspiegel
Ogen: donker, rond, groot, omrand door een hardharige krans
Oren: hoog aangezet, V-vormig, hangend
Gebit: schaargebit
Hals: kort, recht, droog
Lichaam: normale borstkas met alleen iets gewelfde ribben, kwadratisch, evenwijdige rug- en buiklijnen
Ledematen: rechte voorbenen, matig gehoekte achterbenen, goed onder het lichaam gesteld
Voeten: kort, rond, gesloten, goed gewelfd, donkere nagels, harde voetzolen
Gangwerk: trippelend
Vacht: hard en glad op het lichaam, ruwharig op het hoofd, ruige en borstelige wenkbrauwen, veel ruig haar rondom de ogen en op de wangen, een kin met een imponerende baard.
Kleur: zuiver zwart, zwart met bruine of grijze aftekeningen is toegestaan.
Schofthoogte: 25 - 30 cm
|