Algemeen: GOTLANDSSTOVARE
Land van herkomst: Zweden
Korte geschiedenis van het ras:De Gotlandsstovare stamt zeer waarschijnlijk af van geel gekleurde brakken uit Duitsland, die geimporteerd werden om met de Zweedse Stovare te kruisen. De eerste rasbeschrijving van de Gotlandsstovare dateert van 1920 en vanaf 1921 mocht het ras deelnemen aan officiele tentoonstellingen en keuringen die door de Zweedse Kennel Club werden georganiseerd. In 1930 werd de rasstandaard echter verworpen. Het ras werd samengevoegd met de Smaland Stovare en benoemd als gele variant daarvan. Al in 1934 besloot de Zweeds Kennel Club dat de gele Smaland Stovare onder het ras Hamilton Stovare moest vallen. Tot op vandaag zijn er toegewijde liefhebbers van de Gotlandsstovare die er al jarenlang mee fokken en ze laten registreren als Hamilton Stovare. Het ras is nu gescheiden van de Hamilton Stovare en een zelfstandig stovare-ras geworden. Hij wordt voornamelijk gebruikt voor de jacht op hazen en vossen.
Rasbeschrijving:De Gotlandsstovare is een enigszins rechthoekige hond, droog, edel en licht ,maar toch krachtig.
Hoofd: lang, met een licht gewelfde en matig brede schedel, lichte achterhoofdsknobbel, licht maar uitgesproken stop. De voorsnuit vormt de helft van de hoofdlengte. Rechte neusrug, evenwijdig met de schedellijn, zwarte neusspiegel, droge lippen.
Ogen: donkerbruin.
Oren: hoog aangezet, driehoekig, reiken tot aan de helft van de snuit en hangen dicht tegen de wangen.
Gebit: schaargebit.
Hals: lang, sterk, droog.
Lichaam: matig lang,sterke rug, licht gewelfde lendenen, iets schuin aflopende croupe. Ruime borstkas, matig gewelfde ribben, de achterste goed ontwikkeld, licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goed gehoekte voorhand, rechte en evenwijdige voorbenen, verende voormiddenvoet. Evenwijdige en goed gehoekte achterbenen, goed bespierde dijen van een goede breedte, de sprongen loodrechtten opzichte van de basis.
Voeten: goed gesloten, naar voren gericht, elastisch.
Staart: aangezet in het verlengde van de ruglijn, moet tot het uiteinde van de sprongen reiken. Wordt sabelvormig en niet over de rug gedragen.
Vacht: bestaat uit sterk en stug dekhaar, dat tegen het lichaam aanlig, en zacht en dicht onderhaar.
Kleur: geelbruin. Op neus, hals, borst en staartpunt moet een witte aftekening aanwezig zijn. Witte sokken komen voor.
Schofthoogte: ideale hoogte reu 52 cm, teef 48 cm.
|