Algemeen
PODENCO IBICENCO
Land van herkomst: Spanje
Korte geschiedenis van het ras
Korte geschiedenis van het ras:
Het ras is afkomstig van de eilanden Mallorca, Ibiza, Minorca en Formentera.
De hond komt onder de namen Malloqui, Xarnelo, Majorquin, Charnequi en hond van
de Balearen ook veelvuldig voor in Catalonie, Valencia, Roussillon en de
Provence. Het ras wordt afgebeeld in de graftomben van de farao's, die teruggaan
tot ca. 3400 v.Chr. De Podenco Ibicenco is een jachthond die voornamelijk jaagt
op konijnen, maar ook op hazen en groter wild. De honden jagen in meutes, een
jachtmeute bestaat altijd uit een reu en een aantal teven. Meer reuen verstoren
het gedrag en het jachtvermogen van de groep. Het ras komt veel voor in
Zuideuropa.
Rasbeschrijving
Hoofd: lang, smal, kegelvormig, smal toelopend aan de basis, vrij
klein in verhouding tot het lichaam. Vlak schedeldak, uitgesproken
achterhoofdsknobbel, geringe stop, enigszins convex neusrug. De neusspiegel is
groot en vleeskleurig.
Ogen: klein, amandelvormig, amberkleurig.
Oren: rechtopstaand, zeer beweeglijk, naar voren, opzij of naar
achteren gericht. Bij oplettendheid worden de oren hoog opgericht. De oren zijn
dun en niet behaard aan de binnenkant.
Gebit: schaargebit.
Hals: droog, gespierd, iets gebogen, beslaat een-vierde deel van de
lichaamslengte.
Lichaam: middelmatig lang, iets rechthoekig. Uitgesproken schoft,
rechte, lange rug, platte ribben, vrij ondiepe borstkas, opgetrokken buiklijn,
brede, gewelfde lendenpartij, aflopende croupe met duidelijke achterbeenkammen.
Ledematen: goede botten, goed naar achteren geplaatste schouders,
rechte en lange voorbenen. Lange en goed bespierde achterbenen, goed gehoekt en
evenwijdig aan elkaar.
Voeten: hazevoeten met lange, maar gesloten voeten en veel beharing
tussen de tenen, sterke voetzolen.
Staart: laag aangezet, dun en lang, wordt in rust hangend gedragen, in
actie vormt hij een sikkel.
Gangwerk: zwevende draf, snelle galop.
Vacht: de huid moet strak zijn en goed aanliggen. Er komen drie
haartypen voor: kortharig (glad, glanzend), ruwharig (stug, overvloedig), en
langharig (ca. 5 cm lang, zacht).
Kleur: wit en rood, eenkleurig wit of rood.
Schofthoogte: reu 66-72 cm, teef 60-67 cm.
|