Algemeen
KISHU
Land van herkomst: Japan
Korte geschiedenis van het ras
De Kishu is een middelgrote hond die in Japan tot de groep Shikahonden behoort. Dit ras is zeer oud en men kan het spoor terugvolgen tot in de voorchristelijke tijd. De rassen Kishu, Kai en Shikoku lijken erg op elkaar. Ze onderscheiden zich slechts door details in uiterlijk en werkwijze. Oorspronkelijk waren ze allemaal jachthonden. De Kishu komt uit de bergstreken rond Wakayama en is het meest bekend als een voortreffelijke jager op wilde zwijnen, maar werd ook gebruikt voor hoefdieren. Hij is moedig, zeer beweeglijk en bovendien schoon, stil en rustig en een goede waakhond. Buiten het land van herkomst komt hij nauwelijks voor.
Rasbeschrijving
De Kishu is een middelgrote, krachtige, gespierde en licht rechthoekige hond.
Hoofd: brede schedel, markante stop, vlakke neusrug, krachtige kaken en zwarte neusspiegel. Bij witte honden is een vleeskleurige neusspiegel toegestaan. Droge lippen.
Ogen: tamelijk klein, driehoekige oogopeningen en donkere ogen.
Oren: klein, driehoekig en rechtopstaand/naar voren hellend.
Gebit: schaargebit.
Hals: krachtig en gespierd.
Lichaam: korte rug, brede en gespierde lendenpartij, diepe borstkas met goed gewelfde ribben, goed opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goed gehoekte voorhand met rechte benen en krachtige botten. Goed gehoekte achterhand met lage sprongen. Goed van spieren voorzien.
Voeten: rond, goed gesloten met veerkrachtige voetzolen en donkere nagels.
Staart: dik en hoog aangezet. Wordt in een boog over de rug gedragen.
Gangwerk: krachtig en wijd uitgrijpend.
Vacht: hard en recht dekhaar en een zachte, dichte en weelderige ondervacht.
Kleur: wit, rood of getijgerd.
Schofthoogte: reu 52,5 cm, teef 45,5 cm. Een variatie van 3,0 cm is toegestaan.
|