Algemeen
CIRNECO DELL'ETNA
Land van herkomst: Italie
Korte geschiedenis van het ras
De Cirnecco dell'Etna heeft een bijzonder lange geschiedenis die teruggaat naar de tijd van de farao's in Egypte, ca. drieduizend jaar geleden. Het hondetype werd voor verschillende jachtvormen gebruikt en was bovendien mooi om te zien, zoals blijkt uit de vele afbeeldingen die bewaard zijn gebleven. Honden uit Egypte werden verspreid naar vele eilanden in de Middellandse Zee, en zo ook naar Sicilie. Vondsten van onder andere munten tonen aan dat de Cirneco alve vele honderden jaren voor Christus op Sicilie voorkwam. Het is een jachthond die zowel met zijn gezichtsvermogen als met zijn goed ontwikkelde reukvermogen jaagt. Hij jaagt voornamelijk op konijnen en hazen, en die komen op de hellingen van de vulkaan Etna veel voor. Helaas is de basis van het ras erg smal en het ras moet dan ook worden beschouwd als een kynologische rariteit.
Rasbeschrijving
De Cirneco dell'Etna is een middelgrote, elegante en sterke hond met tamelijk lange lijnen.
Hoofd: ovale schedel, convex profiel, licht uitgesproken achterhoofdsknobbel, goed uitgesproken stop. De voorsnuit is enigszins korter dan de schedel en heeft dunne lippen. Normale kaken, vlakke wangen, de kleur van de neusspiegel harmonieert met de kleur van de vacht.
Gebit: schaargebit.
Ogen: tamelijk klein en ovaal, okerkleurig, barnsteenkleurig of grijs met een milde uitdrukking.
Oren: hoog aangezet, dicht bij elkaar geplaatst, rechtopstaand, naar voren gericht.
Hals: even lang als het hoofd, droog, gewelfde nek.
Lichaam: rechte bovenbelijning, elegante helling vanaf de schoft tot aan de staartaanzet. Goed ontwikkelde, maar niet brede, en matig diepe borstkas, zacht en tamelijk zwak gewelfde ribben, goed opgetrokken buiklijn.
Ledematen: rechte, parallelle voor- en achterbenen met een tamelijk open hoeking, lichte botten. Staand moet de hond veel grond beslaan.
Voeten: ovaal, met goed gewelfde, gesloten tenen en sterke voetzolen.
Gangwerk: springerige draf, vrij, zijn natuurlijk gang is galop.
Vacht: zacht op het hoofd, oren en benen, ca. 3 cm lang, glad en hard op lichaam en staart.
Kleur: alle tinten fawn. Een witte aftekening is toegestaan.
Schofthoogte: reu 46-50 cm, teef 42-46 cm.
|