AlgemeenSCHIPPERKE
Land van herkomst: Belgie
Korte geschiedenis van het rasHet Schipperke stamt uit Vlaanderen. Zijn naam is afgeleid van het Vlaamse scheperke, dat herdershondje betekent. Het is een zeer oud ras, dat in de vijftiende eeuw al wordt genoemd. Er wordt dan verteld dat de handelslieden in Brussel kleine staartloze honden in huis hadden. Ze werden gebruikt als waakhond en uitroeier van ratten, als verdediger van het erf en als ganzenhoeder op het platteland en als waak- en gezelschapshond van de stadsbevolking. In 1888 werd de eerste rasbeschrijving vastgesteld en tegelijkertijd werden wat exemplaren naar Engeland gebracht, waar het ras snel populair werd. Het komt nu tamelijk algemeen voor. Het Schipperke is een vrolijke en waakzame kleine hond.
RasbeschrijvingHet Schipperke is een kleine, bijna vierkante hond, levendig en beweeglijk.
Hoofd: lijkt op een vos, met een tamelijk brede schedel, die licht gerond is. Spitse, tamelijk korte voorsnuit. Weinig stop, zwarte neusspiegel.
Ogen: klein, donkerbruin, met een wakkere en scherpe blik.
Oren: klein, driehoekig, opstaand, hoog aangezet en onbuigzaam. Ze moeten uiterst beweeglijk zijn en zich naar elkaar toe bewegen bij het luisteren.
Gebit: schaargebit.
Hals: krachtig en goed opgericht.
Lichaam: kort en compact. Stramme, rechte rug. De kraag om de hals benadrukt de hoogte van de schoft. Ruime borstkas, korte en brede lendenpartij, licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goede hoeking van schouder en opperarm, rechte voorbenen, fijne botten. Brede, lange dijen, goed van spieren voorzien. Lage sprong.
Voeten: klein, rond, goed gesloten, met sterke nagels.
Staart: van nature kort.
Vacht: weelderig en hard. Kort op oren, hoofd, voorzijde van de benen en de sprongen. Tamelijk kort op het lichaam, maar langer rond de hals, waar ze kraag en manen vormt. Zgn. broek op de achterkant van de dijen.
Kleur: zwart.
Gewicht: er zijn twee gewichtsklassen: 3-5 kilo en 5-8 kilo.
|