Algemeen
SCHAPENDOES
Land van herkomst: Nederland
Korte geschiedenis van het ras
Korte geschiedenis van het ras:
De Schapendoes is een tamelijk nieuw ras. Aan het eind van de negentiende
eeuw en het begin van de vorige eeuw kwam de Schapendoes overal voor in
Nederland waar men zich bezighield met de verzorging van schapen en vee. Het ras
is onder andere verwant aan de Bearded Collie, de Puli, de Owczarek Nizinny, de
Bobtail, de Briard en de Bergamasco. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij
bijna geheel verdwenen, maar de enthousiaste kynoloog P.M.C. Toepoel trok zich
het lot van het ras aan en redde het voor het nageslacht. Zijn officiele
erkenning kreeg de hond in 1952 en hij werd in 1971 door de FCI goedgekeurd. Hij
wordt tot de dag van vandaag voor het oorspronkelijke doel gebruikt. Het ras is
oplettend, levendig, beweeglijk, en volhardend en een uitstekende herdershond,
niet in het minst als het erom gaat de kinderen van het gezin bij elkaar te
houden. De Schapendoes komt in veel landen van Europa voor, maar hoofdzakelijk in het land van herkomst.
Rasbeschrijving
De Schapendoes is een middelgrote, licht rechthoekige, langharige hond.
Hoofd: door de weelderig beharing lijkt het hoofd groter dan het in
werkelijkheid is. De bovenschedel is vlak, de stop gematigd aangeduid.
uitgesproken wenkbrauwen, de voorsnuit is iets korter dan de schedel, krachtige
kaken.
Ogen: tamelijk groot, naar voren gericht, bruin, met een open en
eerlijke uitdrukking. Het uiterlijk en de uitdrukking van de ogen zijn
kenmerkend voor het ras.
Oren: hoog aangezet, tamelijk klein en hangend, rijkelijk behaard en
beweeglijk.
Gebit: schaargebit.
Hals: sterk, droog, draagt het hoofd hoog.
Lichaam: rechthoekig, lichte botten, gematigd gewelfde ribben in een
diepe en lange borstkas en uitgesproken voorborst. Licht opgetrokken buiklijn.
Lichte welving boven de lendenen.
Ledematen: voor goed, achter matig gehoekt, rechte en evenwijdige
benen met goede musculatuur, veerkrachtige voormiddenvoet en laag aangezette
sprong.
Voeten: tamelijk groot en elastisch, breed en ovaal, met sterke
voetzolen en rijkelijke beharing tussen de tenen.
Staart: lang en goed behaard, wordt in rust hangend gedragen, in
beweging hoger en heen en weer zwaaiend. De staart mag niet over de rug worden
gedragen.
Vacht: weelderige beharing met ondervacht. Het dekhaar is ca. 7 cm
lang of langer en licht golvend.
Kleur: alle kleuren zijn toegestaan, maar blauwgrijs tot zwart zijn
het meest gewenst.
Schofthoogte: reu 43-50 cm, teef 40-47 cm.
|