Algemeen
PUMI
Land van herkomst: Hongarije
Korte geschiedenis van het ras
Het ras is aan het eind van de achttiende eeuw ontstaan door kruising van de
inheemse Puli met Duitse en Franse herdershonden met rechtopstaande oren. Het
ras is sedert meer dan vijftig jaar van de Puli gescheiden en is tegenwoordig
een zelfstandig erkend ras. De Pumi is een zeer goede herdershond, moedig en
onverschrokken, hetgeen hem geschikt maakt voor het drijven van zowel groot vee
als van schapen. Het is tevens een goede bevechter van schadelijke dieren. Het
is een zeer goede waakhond en een aangename gezelschapshond.
Rasbeschrijving
De Pumi is een middelgrote, terrierachtige hond met een levendig temperament.
Hoofd: langgerekte voorsnuit, tamelijk smalle schedel, gewelfde
bovenschedel. Glad, gewelfd en lang voorhoofd, nauwelijks waarneembare stop.
Rechte neusrug, lange en spitse voorsnuit, smalle neusspiegel, droge lippen.
Ogen: ietwat schuin geplaatst, donkerbruin.
Oren: hoog aangezet, rechtopstaande tiporen, middelgroot en bijzonder
beweeglijk.
Hals: hoog aangezet, middellang, gewelfde nek.
Gebit: schaargebit.
Lichaam: uitgesproken schoft, hellende bovenbelijning, korte rug,
middellange lendenpartij. Lange, diepe borstkas, tamelijk platte ribben, platte
voorborst, opgetrokken buiklijn.
Ledematen: door zijn vierkante lichaamsbouw lijkt de Pumi tamelijk
hoogbenig. Steile schouder, korte opperarm, rechte voorbenen, rechte
voormiddenvoet. De achterbenen zijn naar achteren geplaatst, lange dijbenen,
korte onderbenen en steile sprong.
Voeten: gerond, goed gesloten met verende voetzolen.
Staart: hoog aangezet, wordt naar achteren en naar boven gericht
gedragen.
Gangwerk: levendig en snel.
Vacht: leigrijze huid. Zichtbare huid dient leigrijs of zwart te zijn.
Lichaam is bedekt met een middellange, krullende vacht op de oren slordig
rechtopstaand.
Kleur: kan varieren. Meestal duifgrijs, zilvergrijs of leigrijs. Zwart,
lichtgrijs, wit of roodbruin komen ook voor.
Schofthoogte: 35-44 cm.
|