Algemeen
KELPIE
Land van herkomst: Australie
Korte geschiedenis van het ras
De Kelpie stamt af van de verschillende soorten herdershonden die in de negentiende eeuw met de Engelsen en de Schotten naar Australie kwamen. De naam Kelpie komt van een bijzonder vooraanstaande herdershond, Kings Kelpie, die rond 1870 leefde. Het ras kreeg in 1902 zijn
eerste standaard. De Kelpie is een onvervangbare hulp bij de Australische veehouderij. Dankzij zijn buitengewone herderseigenschappen - onvermoeibaar, onverschrokken en leergierig - is de hond in Australie een geintegreerd en onmisbaar onderdeel van de moderne schapenhouderij geworden. Hij staat bekend als een uitstekende herders- en gehoorzaamheidshond. Hij is zacht en hartelijk.
Buiten Australie komt zij sporadisch voor.
RasbeschrijvingDe Kelpie moet levendig, sterk, robuust, soepel en goed bespierd zijn.
Hoofd: van normale grootte, iets geronde schedel, vrij breed tussen de
oren, rechte neusrug, uitgesproken stop. De voorsnuit moet iets korter zijn dan
de schedel. Droge lippen. De kleur van de neusspiegel moet harmonieren met de
kleur van de vacht. Het hoofd moet een vosachtige indruk wekken.
Ogen: amandelvormig, middelgroot, bruin, harmonierend met de kleur van
de vacht. Levendige uitdrukking.
Oren: rechtopstaand, spits, dun en breed aangezet, naar achter hellend.
Gebit: schaargebit.
Hals: van gematigde lengte, licht gebogen, droog en voorzien van een
kraag.
Lichaam: diep, met goed gewelfde ribben. Sterke bovenlijn en krachtige
lendenpartij. Het lichaam moet duidelijk rechthoekig zijn.
Ledematen: goed naar achteren liggende schouders, goede hoeking van de
opperarm, sterke botten, gematigd grof. Evenwijdige voorbenen met veerkrachtige
voormiddenvoet. Brede en sterke achterhand, goede hoeking van knie- en
spronggewricht, lage sprongen.
Voeten: rond, sterk, met dikke voetzolen en goed gewelfde tenen, korte
nagels.
Staart: in een lichte boog hangend; in beweging wordt hij hoger
gedragen, maar niet boven de rug. Goed behaard.
Gangwerk: vrij en wijd uitgrijpend, elastisch en vol kracht, met een
groot uithoudingsvermogen en grote beweeglijkheid, in staat tot snel draaien en
wenden.
Vacht: dubbel met korte en dichte ondervacht. Dikke en rechte dekharen.
Weerbestendig. ca. 2-3 cm lang.
Kleur: zwart, black and tan, red and tan, fawn, chocoladebruin,
rookblauw.
Schofthoogte: reu 46-51 m, teef 43-48 cm.
|