Algemeen
BORDER COLLIE
Land van herkomst: Engeland
Korte geschiedenis van het ras
De Border Collie komt al eeuwenlang voor in het grensgebied tussen Engeland
en Schotland, waar het een pure zogeheten "working collie" was, een
werkhond dus. Het ras is ongetwijfeld de meest gebruikte herdershond ter wereld,
tevens de meest competente en veelzijdige. Overal waar met name schapen worden
gehoed, is de Border Collie een vanzelfsprekende medewerker. Het ras werd tot
voor een paar decennia terug alleen gefokt voor zijn gebruikseigenschappen. Hij
is bijzonder leergierig, oplettend, dapper, zeer vlug van begrip en hij heeft
een groot reactievermogen. Later werd een officiele rasstandaard opgesteld en
tegenwoordig wordt het ras ook op tentoonstellingen beoordeeld. Het is
belangrijk ervoor te zorgen dat zijn unieke werkeigenschappen worden bewaard en
niet hoeven te wijken voor fokwerkzaamheden die eenzijdig op het uiterlijk
gericht zijn.
Rasbeschrijving:
Hoofd: tamelijk brede schedel zonder uitstekende achterhoofdsknobbel,
vlakke wangen, duidelijke stop die de lengte van het hoofd in twee gelijke delen
verdeelt, zwarte neusspiegel.
Ogen: ver uit elkaar geplaatst, middelmatig groot, ovaal en bruin.
Oren: ver uit elkaar geplaatst, middelmatig groot, tiporen.
Gebit: schaargebit.
Hals: lang, krachtig en licht gebogen.
Lichaam: atletisch, rechthoekig zonder lang te zijn. Brede, krachtige
en gespierde rug, licht aflopende croupe. Ruime borstkas, licht opgetrokken
buiklijn.
Ledematen: rechte voor- en achterbenen, goede botten, goed
aansluitende ellebogen, goede hoeking van schouder en opperarm. Brede en
gespierde dijbenen. Goede hoeking van knie- en spronggewricht.
Voeten: gewelfd, gesloten en sterk, naar voren gericht, krachtige
voetzolen.
Staart: laag aangezet, wordt sabelvormig gedragen en moet reiken tot
de punt van de sprong. Bij opwinding mag hij boven de ruglijn uitkomen, maar hij
mag nooit over de rug gedragen worden. De staart is bij het hoeden van grote
betekenis.
Vacht: middelmatig lang en met dicht onderhaar. Op het hoofd, de
voorkant van de voorbenen en op de achterbenen onder de sprong moet de vacht
kort zijn. De staart is voorzien van een vlag.
Kleur: alle kleurcombinaties zijn toegestaan. Zwart/wit komt het meest voor. Goede pigmentering.
Gangwerk: kenmerkend voor het ras. De hond heeft vaak - vooral bij het
hoeden - een lage lichaamshouding, iets sluipend, met het hoofd naar beneden en
een uitgestrekte hals. Onvermoeibaar, Vrije en zeer wijd uitgrijpende bewegingen.
Schofthoogte: reu 52 cm, teef 50 cm.
|