Algemeen
BRIARD
Land van herkomst: Frankrijk
Korte geschiedenis van het ras
De geschiedenis van het ras gaat in elk geval terug tot de veertiende eeuw,
maar waarschijnlijk is het ras nog ouder. De hond werd oorspronkelijk als
herders- en waakhond gebruikt en beschermde de kudde tegen twee- en vierbenig
indringers. De laatste jaren wordt de Briard ook door het leger en de politie
gebruikt en hij doet tevens dienst als lawinehond. Het is een gewaardeerde werk-
en tentoonstellingshond.
Rasbeschrijving
De Briard is een rechthoekig gebouwde hond, robuust, beweeglijk en vol kracht.
Hoofd: krachtig, vrij lang, met licht gewelfde schedel, afgerond
voorhoofd, uitgesproken stop. Snuit even lang als de afstand van de stop tot de
achterhoofdsknobbel, rechte neusrug, zwarte neusspiegel.
Ogen: horizontaal geplaatst, rond, vrij groot, donker, met kalme blik.
Oren: hoog aangezet, vlak, nogal kort en natuurlijk hangend.
Gebit: schaargebit.
Hals: gespierd, normale lengte.
Lichaam: brede, lange en diepe borstkas. Vlakke rug, enigszins
hellende croupe.
Ledematen: goede hoeking van voor- en achterbenen, sterke botten.
Dubbele Hubertusklauwen moeten aanwezig zijn.
Voeten: krachtig, afgerond, met goed gesloten tenen, zwarte nagels en
stevige voetzolen.
Staart: wordt laag gedragen en is voorzien van een weeldigere pluim.
Het uiteinde van de staart moet een haak vormen en minstens tot de sprongen
komen.
Gangwerk: licht, soepel, energiek, evenwijdig met een goede stuwkracht.
Vacht: ten minste 7 cm lang, elastisch, licht gegolfd en droog, met
een lichte ondervacht. Op het hoofd baard en snorren. Oren, benen en voeten
bedekt met lang haar.
Kleur: alle uniforme kleuren behalve wit, kastanjebruin of
mahoniebruin zijn toegestaan. Donkere tinten verdienen de voorkeur.
Schofthoogte: reu 62-68 cm, teef 56-64 cm.
|