Algemeen
BOSTON TERRIER
Land van herkomst: Verenigde Staten
Korte geschiedenis van het ras
De Boston Terrier is het nationale ras van de Verenigde Staten, maar het ras vindt zijn oorsprong in Engeland, waar men al vroeg geinteresseerd was in het ophitsen van honden. Daartoe probeerde men veel verschillende raskruisingen, waarbij de Engelse Bulldog een van de ingredienten vormde. De kruising van een Engelse Bulldog met de tegenwoordig uitgestorven Old English Terrier in het begin van de negentiende eeuw bleek gelukt te zijn en deze kruising vormde het begin van de voorvaderen van de Boston Terrier. Ook in de Verenigde Staten werd het ophitsen van honden populair, vooral in en rond de stad Boston. In 1865 werd een hond met bovengenoemde achtergrond geimporteerd en deze hond legde de basis voor het ras Boston Terrier. Onder de voorvaderen is ook de Franse Bulldog terug te vinden. Het ras werd in 1893 door de Amerikaanse Kennel Club erkend. Het is een moedig, levendig en uitbundig vrolijk ras. Zijn bijnaam is "zwart-satijnen heertje".
Rasbeschrijving
De Boston Terrier is een compacte en geproportioneerd gebouwde hond, middelgroot, met een korte snuit, gladharig en kortstaartig.
Hoofd: vierkant, met een vlakke bovenschedel, vlakke wangen, recht voorhoofd en uitgesproken stop. De voorsnuit moet kort, vierkant, breed en diep zijn, de lengte iets minder dan de breedte en de diepte. De lengte mag niet meer bedragen dan een-derde van de lengte van de schedel. Zwarte neusspiegel, een duidelijke lijn tussen de neusgaten. Diepe, maar niet overhangende lippen, die het gebit goed bedekken.
Ogen: ver uit elkaar geplaatst, groot, rond, donker en met een vriendelijke, schrandere uitdrukking.
Oren: rechtopstaand, zo dicht mogelijk tegen de schedel geplaatst.
Gebit: licht ondervoorbijtend.
Hals: tamelijk lang, licht gebogen. Het hoofd wordt sierlijk door de hals gedragen.
Lichaam: compact zonder log te zijn, diepe en brede borstkas, goed gebogen ribben, korte lendenen, licht gerond bij de staartaanzet, licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goed naar achteren gestelde schouders, de voorbenen niet te wijde uiteen geplaatst, recht en gespierd, korte en sterke middenvoorvoet. Goed gehoekte achterbenen, laaggeplaatste, evenwijdige sprongen. Sterke, gespierde dijen.
Voeten: rond, klein, compact, recht naar voren gericht.
Staart: laag aangezet, recht of schroefvormig, geen franje of ruwe beharing. Mag niet boven de ruglijn gedragen worden.
Gangwerk: stabiel, evenwijdig, sterk en ritmisch.
Vacht: kort, glad, glanzend en met een fijne struktuur.
Kleur: gestroomd met witte aftekeningen. Zwart met witte aftekeningen is toegestaan.
Gewicht: max. 11 kilo. Lichtgewicht onder 7 kilo. Middengewicht van 7-8,5 kilo.
|