Algemeen
POITEVIN
Land van herkomst: Frankrijk
Korte geschiedenis van het ras
Het ras is uit het district Poitou aan de Franse westkust afkomstig. Oorspronkelijk was het een uitgesproken wolvejager, maar door de ontwikkeling van de fauna is die toepassing steeds meer in onbruik geraakt. Na de Franse Revolutie en de omvangrijke rabiesepizootie in het midden van de vorige eeuw, was deze hond bijna verdwenen. Zoals zo vaak is gebeurd met andere rassen, werd het ras door een aantal enthousiaste kynologen voor het nageslacht gered. Dit gebeurde in de eerste helft van de vorige eeuw, op een moment dat er slechts een reu en twee teven over waren. Met deze honden als basis en met behulp van onder andere Engelse Foxhounds werd het ras gereconstrueerd. Tegenwoordig komen verschillende packs van het ras in het vaderland voor.
Rasbeschrijving
De Poitevin is een tamelijk grote, sierlijke, snelle jachthond met een bijzonder groot uithoudingsvermogen, die geen problemen heeft met moeilijk begaanbaar terrein.
Hoofd: vrij langgerekt en niet bijzonder breed, vrij vlakke schedel, uitgesproken achterhoofdsknobbel, vlakke stop, iets gebogen neusrug, droge lippen en een grote, zwarte neusspiegel.
Ogen: groot, bruin en expressief. Zwartgepigmenteerde oogranden.
Oren: middelgroot, op de lijn van de ogen aangezet, zacht en fijn.
Gebit: wordt niet in de rasbeschrijving aangegeven.
Hals: lang, vrij smal en droog.
Lichaam: diepe, lange en ruime borstkas, sterke rug en lendenen, licht opgetrokken buiklijn.
Ledematen: goede hoekingen in voor- en achterhand, rechte, gespierde en droge voorbenen, krachtige en goed bespierde dijen, lage sprongen.
Voeten: sterk, gesloten en ovaal.
Staart: middelmatig lang, in het verlengde van de ruglijn aangezet, sierlijk in een zachte boog gedragen.
Vacht: kort en glanzend.
Kleur: driekleurig, zwart-wit-bruin met een zwarte mantel of grote vlekken, soms zwart en oranje.
Gangwerk: vrij en effectief.
Schofthoogte: reu 62-72 cm, teef 60-70 cm
|