Algemeen
BOSANSKI OSTRODLAKI GONIC-BARAK
Land van herkomst: Voormalig Joegoslavie
Korte geschiedenis van het ras
Dit ras komt uit de noordelijke gebieden van centraal voormalig Joegoslavie. Het behoort tot de groep van Joegoslavische stovarerassen en wordt net als de andere voor de jacht op haas, vos en wild zwijn gebruikt. Het is een tamelijk krachtige hond met een ruwe en weelderige vacht en een harde en welluidende blaf. Buiten het land van het herkomst komt hij niet voor.
Rasbeschrijving
De Bosanski Ostrodlaki Gonic-Barak is een krap middelgrote, licht rechthoekige hond, robuust, beweeglijk en volhardend.
Hoofd: langgerekt, met een uitgesproken achterhoofdsknobbel, duidelijke voorhoofdsgroef en tamelijk vlakke stop. Krachtige voorsnuit, weelderige snor en baard. Tamelijk breed en licht gewelfd voorhoofd, duidelijke wenkbrauwen. Droge, maar tamelijk dikke lippen. Grote, zwarte of donkerbruine neusspiegel.
Ogen: groot, ovaal, kastanjebruin met een levendige uitdrukking.
Oren: normaal aangezet, middellang en tamelijk breed, vrij dik en met afgeronde punten.
Gebit: schaargebit.
Hals: krachtig, droog en gespierd, van normale lengte.
Lichaam: lange, diepe en tamelijk brede borstkas, goed gewelfde ribben, iets uitgesproken schoft, brede en gespierde rug en lendenen, brede, licht hellende croupe, iets opgetrokken buiklijn.
Ledematen: tamelijk krachtige botten, normale hoeking van voor- en achterhand, goede bespierde benen en dijen, rechte en evenwijdige voor- en achterbenen, de sprongen staan loodrecht op het grondoppervlak.
Voeten: goed gesloten en rond, zgn. kattenvoeten, met sterke en goed gepigmenteerde voetzolen.
Staart: tamelijk grof en goed behaard. Moet minimaal tot de punt van de sprong reiken.
Gangwerk: vrij en krachtig.
Vacht: dik, tamelijk lang en ruw dekhaar en een dichte ondervacht. De vacht moet een ruige indruk maken.
Kleur: de ondergrond is tarwegeel, geelrood, aardegrijs of zwart. Witte aftekening op het hoofd (ster of bles), keel, borst, het onderste deel van de benen evenals op de punt van de staart.
Schofthoogte: reu 46-56 cm, teef iets kleiner.
|