Algemeen
SEGUGIO (Italiaanse Laufhund)
Land van herkomst: Italie
Korte geschiedenis van het ras
De Segugio is een eeuwenoude Italiaanse drijfhond. Hij is zeer typevast en ziet er uit als een kruising tussen een windhond en een stovare. Vroeger gebruikte men de honden in grote meutes, soms zelfs van 100 stuks, maar dat was natuurlijk als de adel op jacht ging. De populariteit van het ras nam in de loop van de jaren af en het raakte bijna in vergetelheid. Pas in het begin van de twintigste eeuw werd het herontdekt. Tegenwoordig is het een van de meest geregistreerde rassen in Italie. De hond wordt voornamelijk voor de jacht op hazen, konijnen, wilde zwijnen gebruikt. Hij is gehard en heeft een groot uithoudingsvermogen. De Segugio is een goede jachthond.
Rasbeschrijving
De Segugio is een middelgrote, bijna vierkante hond, droog en zeer beweeglijk.
Hoofd: langgerekt, droog, met een licht convex profiel. Licht uitgesproken stop, de voorsnuit is even lang als de schedel. Zwarte neusspiegel. Krachtige kaken met platte wangen.
Ogen: groot en donker, met amandelvormige oogopeningen. Droge, zwarte oogranden. Vriendelijke, ietwat melancholieke uitdrukking.
Oren: vrij breed, driehoekig, dun, hangend en lang. Van boven naar de oorpunt toe is de voorkant zacht naar binnen gevouwen.
Gebit: schaargebit is gewenst, maar tanggebit wordt toegestaan.
Hals: vrij lang en droog, licht gewelfd, krachtig en bespierd.
Lichaam: ruime borstkas met goed ontwikkelde ribben. Lichte welving bij de croupe. Van de schoft naar de staartaanzet moet de bovenbelijning licht hellen. Brede lendenen en een vrij zwak opgetrokken buiklijn.
Ledematen: sterke botten, rechte, droge, evenwijdige voorbenen. Goede hoeking van schouder en opperarm. Brede, goed bespierde dijen, sterke achterbenen, die goed gehoekt zijn in knie- en spronggewricht. Lage sprongen, die loodrecht boven de grond staan. Evenwijdige achterbenen.
Staart: aangezet in het verlengde van de croupe. Wordt in beweging sabelvormig hangend of ter hoogte van de rug gedragen en moet tot aan de punt van de sprongen komen.
Voeten: ovaal, goed gesloten, met sterke voetzolen en zwarte nagels.
Gangwerk: vrij bewegingen.
Vacht: er komen twee haarvarieteiten voor: ruwharig en gladharig.
Kleur: fawn, van licht- tot roodbruin, en black and tan.
Schofthoogte: reu 52-60 cm, teef 50-58 cm.
Gewicht: reu 20-28 kilo, teef 18-26 kilo.
|