Algemeen
BERNER NIEDERLAUFHUND
Land van herkomst: Zwitserland
Korte geschiedenis van het ras
De Zwitserse Niederlaufhund is een verkleinde variant van de iets grotere Zwitserse Brak. Ze hebben een gemeenschappelijke rasgeschiedenis en het enige dat hem onderscheidt van zijn grotere neef is de schofthoogte. De verschillen in kleur en aftekening zijn bovendien dezelfde als bij de grote varianten met dezelfde voornaam. Het ras komt voornamelijk voor in het land van herkomst.
Rasbeschrijving
Deze Laufhund moet rechthoekig en veerkrachtig zijn en ze moeten een goed uithoudingsvermogen hebben. Daarnaast moeten ze edel, levendig en beweeglijk zijn en een goed jachtinstinct hebben.
Hoofd: droog, lang en smal, uitgesproken stop, lange, smalle en diepe voorsnuit, enigszins convexe neusrug, zwarte neusspiegel.
Ogen: donker, met een milde uitdrukking.
Oren: laag en ver naar achteren aangezet, smal bij de aanzet, zeer lang, met afgeronde punten. Dun en fijn behaard.
Gebit: tang- of schaargebit.
Hals: tamelijk lang, krachtig, met enige keelhuid.
Lichaam: rug van goede lengte, sterk en vlak. Sterke lendenen, licht gewelfd. Diepe borstkas, niet te breed en gewelfd. Rechte voorbenen met sterke botten. Matig gehoekte achterhand, goed bespierde, evenwijdige benen.
Voeten: gerond, sterke voetzolen.
Staart: matig lang, wordt horizontaal gedragen.
Vacht: altijd ruw, kortharig of langharig, met ondervacht.
Kleur: wit en zwart.
Schofthoogte: 33-41 cm is, met een ideale hoogte van 36-38 cm.
|